Over deze site

De teksten onder "Schrijfsels" zijn uitgewerkte opdrachten die ik schreef in het kader van mijn opleiding aan de schrijversacademie (zie "Over mij"). Nu vul ik het blog zo nu en dan aan met wat ik 'eigen werk' noem. Omdat ik ervan wil leren ben ik blij met elk commentaar.


woensdag 30 november 2016

Opdracht: Schrijf een kort verhaal. Maximaal 1200 woorden. Het hoofdpersonage moet voor een dilemma komen te staan. Gedachten, beschrijvingen en gebeurtenissen wisselen elkaar af. Er moet emotie in zitten.


Het is 12 november. Stralend loopt Sandra temidden van al die duizenden andere lopers, over de Verrazana Bridge van Staten Island naar Brooklyn. Ze loopt de marathon van New York en kan het nauwelijks geloven. Zij, die absoluut niet sportief is, geen balgevoel heeft, niet durft te schaatsen, angstig is bij langlaufen. Maar op haar veertigste heeft ze ontdekt dat ze wél lange afstanden kan lopen. Bij verschillende halve marathons stond ze zelfs op het podium. Tweede vrouw in haar leeftijdscategorie. Dit voorjaar heeft ze een proefmarathon gelopen in Rotterdam. Haar eerste en dat nog wel in drie uur en veertig minuten. Een geweldige tijd. Euforisch was ze. De hele week dacht ze dat iedereen aan haar kon zien wat een fantastische prestatie ze had geleverd. Toen was het in haar gaan borrelen. Zou het niet geweldig zijn op haar vijftigste de marathon in New York te lopen? Binnen de drie en een half uur liefst. 'New York, New York'. Vier keer in de week heeft ze getraind, een strak schema volgend met haar atletiekclubje. Snel na haar werk loopkleren aan en op pad. Het beheerste haar leven. Ze is verpleegkundige. Mensen helpen is haar ideaal. Haar werk met onregelmatige diensten en soms lastige patiënten is zwaar. Met de trainingen loopt ze haar moeheid er lekker uit. Ze denkt in afstanden en tijden en als ze een training heeft gemist moet ze die van zichzelf inhalen. Mark, haar echtgenoot, baalt en verzucht dat ze verslaafd is, maar dat maakt haar niets uit. Ze voelt zich goed.

De afgelopen dagen waren één groot feest. De vliegreis, de startbewijzen ophalen. Wat voelde ze zich klein tussen de majestueuze wolkenkrabbers. Het Empire State Building, de elegante Chrysler Tower, Time Square. Ze deden een verkenningsloopje in Central Park en zojuist de start op Staten Island. Het was koud en nerveus dribbelde iedereen heen en weer. Ze ging rustig van start. Dat is haar op het hart gedrukt. Door de grote massa kon dat ook niet anders. Geleidelijk komt er meer ruimte en het gaat goed. Sandra kijkt gelukzalig om zich heen. Een waterig zonnetje verwarmt een beetje. Het publiek roept en klapt, voor háár. De muziek draagt haar. Ze zweeft. Ze kijkt op haar Garmin. Ze zit op schema. Ze gaat het halen, 42 kilometer en 195 meter, binnen de 3 uur en 30 minuten. Ze loopt de Pulaski Bridge over. Een cadans van bewegende voeten op de brug, de kleurige, golvende mensenzee vóór haar. Op de Queensboro Bridge passeert ze het 25 km punt. Manhattan is in zicht.

En dan gebeurt het. Enkele meters vóór haar valt een man. Vreemd, geen enkel obstakel. Sommige lopers steken hem een hand toe, anderen rennen gewoon door. Sandra aarzelt. Haar verpleegkundig oog zegt dat dit niet zó maar struikelen is. Moet ze stoppen? Zijn er geen EHBO'ers in de buurt? Het gonst in haar hoofd. Ze wil dóór. Haar streeftijd kan ze wel op haar buik schrijven als ze nu stopt. Maar haar verantwoordelijkheidsgevoel wint en ze knielt bij de man neer. Ze schudt voorzichtig aan zijn schouders. 'You're alright?' vraagt ze, maar hij reageert niet. Hij is bewusteloos. Ze legt hem op zijn rug. Het zou wel eens een Nederlander kunnen zijn met zijn oranje shirtje, schiet het door haar heen. Geroutineerd legt ze haar oor bij zijn neus en mond. Zijn doorkomende baardstoppels prikken, zwarte puntjes ontsieren zijn neusvleugels. Ze neemt geen ademhaling waar. Ze gaat met haar schouders boven de man hangen, strekt haar armen en plaatst haar handen op zijn borstkas, drukt het borstbeen in. Ze telt 30 keer, kantelt zijn hoofd naar achteren, knijpt zijn neus dicht en past de mond-op-mondbeademing toe. Opnieuw drukt ze zijn borstbeen in.
Er staan mensen om haar heen. Er wordt geroepen om 911 en al gauw hoort ze de sirene van een ambulance. Twee stevige verpleegkundigen nemen de man van haar over. Daar staat ze nu. Ze beeft.

Aarzelend begeeft Sandra zich maar weer tussen de horde lopers. In een roes loopt ze over Fifth Avenue en door Central Park. Haar benen zijn niet meer van haar. Ze komt niet vooruit. Het publiek juicht en roept 'You can do it', maar ze hoort het niet. Haar hoofd is leeg als ze de finish bereikt. Drie uur en 50 minuten. Tranen springen in haar ogen. Haar tanden klapperen, haar lichaam trilt. Dit is niet zomaar ontlading. Ze ziet weer die man in dat oranje shirtje die daar plotseling lag. Ze krijgt een plastic laken om zich heen, een medaille om haar hals. Vrienden komen op haar toe en omhelzen haar. Ze barst in huilen uit. Met horten en stoten, snikkend, probeert ze te vertellen wat haar is overkomen. Heeft ze er wel goed aan gedaan te reanimeren? Wie weet hoe hij hier uitkomt, of hij er uitkomt. Ze weet niet eens hoe hij heet. Misschien staat zijn vrouw hier wel ergens op hem te wachten.

Haar vrienden nemen haar mee naar het hotel. Ze hebben champagne, maar zij heeft niets te vieren. Ze kan die man niet loslaten. Ze ruikt hem nog, ze proeft hem weer. Heimelijk is ze teleurgesteld over haar eindtijd. Haar atletiekclubje wil uit eten, wil naar de Fun-after-the-Run-Party, maar zij zou het liefst in bed kruipen. Ze belt Mark. Hij hoort haar kalm aan. 'Ik heb zó getwijfeld Mark. Ik kon het voor mijn gevoel niet laten om te kijken of ik wat kon doen, maar ik heb toch niet zo hard getraind om in New York de verpleegster te zijn? Die eindtijd verdomme, 20 minuten verloren. Ik zou trouwens wel willen weten hoe het nu met die man is.' 'Ik vind het heel goed wat je hebt gedaan Sandra. Je zou nu zéker met een geweldig schuldgevoel rondlopen als je dit niet had gedaan. En je hebt hem ook nog uitgelopen, fantastisch toch meisje,' troost hij. 'Bel morgen naar de organisatie, dan hoor je hoe het is gegaan met die man'. Het maakt haar rustiger. Ze gaat toch maar mee om wat te eten. Ze drinkt een wijntje. Feesten wil ze niet. Alleen gaat ze terug naar het hotel waar ze als een blok in slaap valt.

De volgende ochtend neemt ze contact op met de organisatie. Maar ze geven geen persoonlijke gegevens prijs. Privacy. 'Dat kan toch niet' roept ze verontwaardigd uit. 'Ik heb iemand gereanimeerd, heb de wedstrijd onderbroken, en nu vertellen jullie niet eens hoe het met die man is.'
Ze raden haar aan de politie te benaderen. Daar hoort ze dat de man al in de ambulance is overleden. Hartstilstand. Ze krijgt zijn naam en woonplaats. Inderdaad, een Nederlander.

Eenmaal thuis moet ze maar steeds weer vertellen over die man die daar plotseling lag. Ze zou zijn vrouw willen bellen, maar ze durft niet. Ze voelt zich schuldig. Misschien had ze toch anders moeten handelen. Haar collega's kunnen haar niet geruststellen. Ze droomt over hem die inmiddels een naam heeft. Haar atletiekclubje mijdt ze. Ze praten alleen maar opgewonden over hun ervaringen in New York. Ze kan soms zómaar in huilen uitbarsten. Na een week vindt Mark het welletjes. 'Bel zijn vrouw en sluit het af' zegt hij geïrriteerd.

De vrouw klinkt bijna blij als ze hoort wie zij is. 'Ik vind het fijn dat je belt. Ik heb gehoord dat een vrouw heeft geprobeerd Tjeu te reanimeren, maar niemand wist wie. Jij bent de laatste die hem in leven heeft gezien. Hij had een hartstilstand.' Haar stem breekt. Voor Sandra is het goed zo.








dinsdag 8 november 2016





Een 'elfje', tot stand gekomen tijdens een ochtendloopje langs de Mark.

Winterochtend
witte rijp
op treurende varens
bomen verwerpen hun kleur
wantenweer

vrijdag 21 oktober 2016

Vliegtuigcrew.





Opdracht: schrijf samen met een mede-student een aangeklede dialoog.

Na een lange vlucht met de nodige uitdagingen zit Judith in de personeelslounge op het vliegveld bij te komen. Het is gezellig druk. Misschien komt ze iemand tegen met wie ze een pilsje kan gaan drinken vóór ze haar bed in duikt.
Dirk ziet Judith alleen aan de bar zitten en hij ziet meteen een lekkere avond en een zwoele nacht voor zich. Het is nu of nooit denkt hij. Vol zelfvertrouwen stapt hij op haar af.

'Hé Judith, goede vlucht gehad?'
'Gaat wel hoor,' zegt ze kortaf.
'Is er iets vervelends gebeurd? Wil je erover praten?'
'Helemaal niet. Het was gewoon een lange vlucht.'

Judith draait haar rug naar hem toe en kijkt om zich heen. Hij is wel de laatste met wie ze een gezellig drankje wil doen. Eigenlijk wil ze hem gewoon nooit meer zien, maar ja, ze werken nu eenmaal bij hetzelfde bedrijf.
Dirk voelt wel haar afweer, maar geeft niet op.

'Gewoon? Maar waarom dan dat lange gezicht? Dat staat je niet zo goed als die prachtige glimlach van je.'
'Oh, nou, ik ben gewoon moe en wil naar huis.'
'Dat wordt dan lastig, even 2000 km overbruggen. Maar als je thuis mist kan ik je misschien wel helpen. Ik heb de president suite met een groot ligbad waar je lekker kunt liggen bubbelen.'
'Dirk, je weet dat ik niets meer met je wil, dus vergeet het maar.'
'Kom nou, zo erg was het toch niet. Je kunt niet ontkennen dat we lol hebben gehad en dat kunnen we nog steeds.'
'Nee, dat kunnen we niet wat mij betreft. Je hebt me diep gekwetst door het met mijn vriendin aan te leggen. Dat vergeef ik je niet. Ik ga er vandoor.' Ze pakt haar tas en staat op.
'Judith wacht nou even. Ik weet dat het niet netjes was, maar je weet hoe het is na die lange vluchten. En ik wist niet dat we exclusief waren. Vrijheid blijheid is het motto toch? Vergeef me en ik maak het goed met je.'
'Maar ik ging ervan uit dat je het echt met me meende. Dat vrijheid blijheid past niet bij mij. Laat me nu maar.'
'Ik wil het graag goedmaken met je, dus vertel me wat ik moet doen en ik doe het.'
'Ik ben eens weg.'

Judith staat op en beent de lounge uit.


zondag 9 oktober 2016

Stapelgedicht

Opdracht: Ga voor je boekenkast staan, neem er boeken uit die je zodanig op elkaar stapelt dat de titels op de ruggen samen een gedicht vormen.


woensdag 28 september 2016

Geheimen



Opdracht: Schrijf een fragment van maximaal 300 woorden waarin het personage dat eerder een onaangename ontdekking deed (een foto van haarzelf 20 jaar geleden) erover praat met iemand. Niet op een directe manier. Ze suggereert wat er is gebeurd zonder het direct te zeggen.

Annemiek zit met Mariëlle in haar keuken. Mariëlle, die zich graag opwerpt als haar vriendin, maar Annemiek vraagt zich soms af of ze wel echt een vriendin is. Ze kan lang niet alles met haar delen. Nadat haar relatie met Eric is stukgegaan heeft ze toch wel veel voor haar betekend, maar van haar andere leven weet Mariëlle niets.

Annemiek laat de 20 jaar oude foto van een superslanke zelf zien.

'Weet je Mariëlle, die foto, dat was het laatste weekend met Eric. Wat zie ik er gelukkig uit hé? En wat was ik mooi slank. Toen is hij bij me weggegaan. Nou ja, ik heb hem weggestuurd vanwege die ander, daar weet jij alles van. Weet je trouwens al dat ik aan het daten ben?'

'Nee, vertel op. Heb je al een ontmoeting gehad met iemand?'

'Nou het valt tegen hoor. Als ik denk iemand te hebben ontmoet die écht naar me kijkt, waar ik contact mee heb, laat hij het weer afweten'.

'Eigenlijk vind ik het ook heel onnatuurlijk om op die manier een relatie aan te knopen'.

'Nou ja, met uitgaan lukt het ook niet.'

'Misschien moet je eerst eens wat afvallen. Als ik je nu zie en ik zie die foto, nou, je hebt je wel wat laten gaan. Een diëtiste misschien?'

'Maar daar zit het hem niet in Mariëlle. Ik weet heus wel wat gezond eten is. Daar heb ik echt geen diëtiste voor nodig. Maar je moest eens weten wat er met me gebeurt als het weer eens is mislukt. Ik zit niet zó maar wat te kniezen hoor. Je moest eens weten wat ik dan ga doen.'

'Ik kan me er wel iets bij voorstellen hoor'.

'Ach, je denkt dat je me kent, maar je weet nog niet de hélft van me'.

'Oh, wat is dit nu weer. Wat mag ik niet van je weten? Ik dacht dat we vriendinnen waren?'

'Dat dacht ik ook, maar ik twijfel soms. Jij weet het allemaal zo goed. Jij hebt alles op orde'.

'Oh?'


Vroege ochtend



Nevels boven weilanden en rivier
De zon splijt ze in slierten
Wolkjes boven het water
Koeien ontdoen zich van hun mistige jas
Spinnen versieren de dauw op het gras
Herfsttooi

woensdag 31 augustus 2016

De foto.


Opdracht: Schrijf een 'aangeklede dialoog', d.w.z. met ook ongesproken tekst. Laat de dialoog iets onthullen over je personages.

Annemiek wordt in haar mijmeringen over Eric en het einde van hun relatie gestoord door de bel. Haar vriendin Mariëlle staat aan de deur. 'Ik probeer je steeds te bellen, maar je neemt niet op.'
'Ach, mijn telefoon ligt in de keuken en ik ben boven bezig. Dan hoor ik die telefoon dus niet. Stom van me. Kom je even binnen?'
'Wat ben je aan het doen Annemiek? Je ziet er niet echt goed uit als ik het zeggen mag.'
'Tja, ik maak mijn werkkamer leeg. Al die boeken. Ik wil nieuwe vloerbedekking en dan meteen ook maar de muren sauzen, dus moet alles van zijn plek. Eigenlijk ben ik het al lang zat. Het is zó'n gesjouw en ik kom natuurlijk van alles tegen.'
'Zet je koffie? Kunnen we even bijkletsen en dan help ik je wel met je boekenkasten.'
Annemiek krijgt tranen in haar ogen. Ze kent Mariëlle al heel lang. Ze heeft de periode met Eric meegemaakt en was toen al haar steun en toeverlaat.
'Moet je kijken wat ik tussen mijn boeken vond.' Ze laat de 20 jaar oude foto van een superslanke Annemiek zien.
'Oei, je bent wel wat kilootjes meer om eerlijk te zijn' zegt Mariëlle.
'Ja, geen wonder dat ik geen succes heb met daten. Dat ik verdomme mezelf niet beter kan beheersen met eten. En die wijntjes ook.'
'Je zou wat aan sport moeten gaan doen.'
'Sport.' Annemiek steekt haar tong uit.
'Nou ja, als je er niets voor over hebt blijf je toch lekker gewoon zoals je bent? Maar dan moet je ook niet klagen. Je hebt jezelf wel erg verwaarloosd hoor Annemiek.'
'Je hebt natuurlijk weer gelijk. Ik zal er eens over denken. Als mijn kamer klaar is misschien.'

maandag 8 augustus 2016

De boekenkast


Opdracht: Schrijf een fragment dat de opening zou kunnen vormen van een verhaal. Toon je personage als iemand van vlees en bloed. Denk na over de verdeling handeling, beschrijving, gedachtestroom. Je personage is als enige in beeld. Er is geen interactie met anderen. Maximaal 300 woorden.

De boekenkast

Annemiek staat zuchtend op een hoge keukentrap in haar werkkamer. Eén voor één haalt ze haar boeken uit haar kast. Trap op en trap af. Ze wist het zweet van haar voorhoofd. Waar is ze aan begonnen? Er moet nieuwe vloerbedekking komen. Dat heeft ze heel lang uitgesteld, maar die laatste chocoladevlekken gaven de doorslag. Ieder boek kijkt ze even in. Soms glimlacht ze om een tekst die ze er in heeft geschreven, om een opdracht van een vriend, haalt haar wenkbrauwen op als ze schrikt van een jaartal. Heb ik dit al zo lang? denkt ze. Waar gaat het ook weer over?

Maar zo vlot het werk niet erg. Als ze één doos vol heeft wil ze hem naar de slaapkamer brengen. Ze krijgt de doos niet getild en krijgt tranen in haar ogen. Ze moet het ook allemaal in haar eentje doen. Dan maar weer de helft eruit.

Deze kamer is zó haar domein. Hier kan ze op haar comfortabele Mart Visser bank heerlijk zitten luisteren naar muziek, de krant of een boek lezen met een glaasje wijn erbij, hapje ernaast. Of aan haar grote kersenhouten tafel haar mail beantwoorden, haar administratie doen.

Als ze halverwege is vindt ze achter een rij boeken een foto van haarzelf in bikini. Zeker 20 jaar geleden. Jeetje, wat was ze toen slank. Hoe heeft ze zichzelf zó kunnen laten gaan. Bozig kijkt ze naar haar dikke buik.
Het was het laatste weekend met Eric. Ze hadden een duinwandeling gemaakt, aan het strand gelegen, vis gegeten. Maar kort daarop ontdekte ze dat hij nóg een vriendin had. Na veel ruzies, geklap met deuren, glazen door de kamer, tranen, is hij gegaan. Zij bleef en toen is het fout gegaan met haar.



zondag 31 juli 2016

Elfjes


Twee elfjes over natuur waar ik graag hardloop en wandel, de Galderse heide en het Markdal.

Heide
Galderse heide
Schemering van roze
Voorbode van de nazomer?
Melancholie


Oever
Lichtroze springbalsemien
Kattenstaarten, verdwaalde hortensia's
Treurwilgen weerspiegeld in groen water
Thuisrivier

maandag 18 juli 2016

Mijn eerste geslaagde date.

Opdracht: Creëer een personage. Laat je personage een liefdesbrief schrijven. Laat de toon van de brief iets onthullen over de achtergrond en het karakter van je personage.


Lieve David,
Wat hebben we het fijn samen. Gisteren was ook weer zo'n heerlijke avond. We hebben echt lekker gegeten. Misschien een beetje veel wijn gedronken, waardoor ik je wel heel gemakkelijk op mijn appartement uitnodigde. Dat doe ik eigenlijk nooit. Ik wil liever neutraal terrein, maar met jou is alles zó anders. Ik was eigenlijk helemaal klaar met daten en wilde er een punt achter zetten. Het werd toch niks. Maar nu ben ik zo blij dat ik die date met jou toch gemaakt heb. Ik voelde me meteen op mijn gemak bij jou.
Je bent zó attent en het klikt op alle fronten. Je ziet mijn zorgvuldig ingerichte appartement, mijn kunst, je bekijkt mijn boekenkast, mijn muziek. Je ziet mij. De film die we laatst zagen, we konden er zo fijn over napraten. Ons museumbezoek was ook een schot in de roos. Ik verheug me op ons weekendje weg. Samen wandelen, praten, vrijen. Ik mis je nu al. Ik voel nog je zachte kussen. Mijn hoofd op je borst, je handen op mijn buik, mijn billen. Ik voel me bijna mooi. En jij bent zo groot, zo breed. Ik voel me veilig bij jou. Ik ben gewoon hartstikke verliefd op je.
Op mijn werk vroegen ze vanochtend wat er met me gebeurd was. Ik straalde kennelijk. Je maakt me weer blij met mezelf. Je vindt mijn lichaam zacht, rijk en vol zeg je. Bij mannen vóór jou was dat echt niet zo. Ze reageerden heel anders. Ik voelde me dan zo depri. En dan ging ik weer eten. Mijn zoveelste eetbui.
Toen je gisteravond wegging ben ik helemaal gelukkig mijn bed ingedoken én vanochtend ben ik stralend weer wakker geworden.
Ik verheug me erop je zaterdag weer te zien lieve man.


Een dikke kus voor jou van Annemiek.  

vrijdag 22 april 2016

Ellfjes in de lente



Koolzaad
kleurt bermen
pinksterbloemen aarzelen nog
de lucht vol belofte
Lente


Liefde
twee merels
hun snavels vervlochten
vurig kussen ze elkaar
merelzoen


zaterdag 16 april 2016

Breuk


Opdracht: Combineer een vertellend fragment (eerste alinea) en een vertonend fragment (tweede alinea).

De vader van Annelies woont aan de andere kant van de stad met zijn nieuwe vriendin. Aanvankelijk had Annelies nog regelmatig contact met hem, maar die nieuwe vriendin ziet ze niet zitten. Ze heeft hèm daarom ook al maanden niet meer gezien. Hoewel Annelies het, net als haar vader, ook vaak moeilijk heeft met het wisselvallige gedrag van haar moeder, voelt ze die vriendin toch als verraad.
Annelies moet haar moeder gaan vertellen dat ze in Delft wil gaan studeren en dat ze op kamers gaat. Ze ziet er enorm tegenop. Haar moeder lacht haar altijd uit als ze zegt dat ze naar de universiteit wil. Ze ging ook nooit eens mee naar een open dag. Eigenlijk is ze vooral geïnteresseerd in zichzelf.

En ja hoor, er zijn niet veel woorden nodig. Met een valse grijns schampert mama dat ze het veel te hoog in haar bol heeft met haar architectuur. 'Denk je nu echt dat je een Rem Koolhaas bent? Laat me niet lachen. En je wil op kamers? Dat zal me een zooi worden bij jou. Je ruimt hier al niets op. En wie zal dat betalen? Als ik jou was zou ik naar je vader en zijn hoer gaan'. Annelies staat met gebalde vuisten en strakke lippen tegenover haar schreeuwende moeder. Tranen rollen over haar wangen. Ze is zó alleen. Ze rent de trap op en slaat de deur van haar kamer hard dicht. Ze pakt haar I-phone. Papa lijkt blij verrast haar te horen. 'Dag meisje. Wat fijn dat je belt. Hoe staat het met je studieplannen? En wanneer zie ik je weer eens?'. Ze kan bijna geen fatsoenlijk woord uitbrengen. Onderbroken door gesnik probeert ze haar verhaal te doen. Ze houdt het niet meer uit bij mama, ze wil hier weg. Kan ze niet even bij hem wonen?




Een domper

Opdracht B2: Herschrijf de openingsscène vanuit verschillende perspectieven

Annelies trapt op haar omafiets opgelucht naar huis. Wat goed van die decaan. Eindelijk weet ze wat ze wil. Ze juicht van binnen. Studeren wilde ze, dat was zeker, maar wát? Wat ze niet al geprobeerd heeft. Ze zag het helemaal niet meer zitten. Ze was het gewoon zat.
En nu begon de decaan over haar tekentalent, maar geen kunstacademie voor haar, te esoterisch. 'Je bèta kant is ook sterk' zei hij toen 'is bouwkunde niets voor jou? Dan gebruik je allebei je talenten.'
Dát deed iets met haar. Het bloed steeg naar haar wangen. Architectuur. Het leek haar geweldig. Dat ze daar niet eerder aan had gedacht. Ze zou naar Delft gaan en kamers zoeken. Dan kan ze eindelijk ook weg van haar moeder.

Haar moeder! Haar blijdschap zakt weg. Hoe zal ze nu weer reageren op haar studieplannen? Haar reacties zijn altijd zo onvoorspelbaar. De ene keer is ze poeslief en krijgt ze complimenten voor haar nieuwe jurk, haar schoolresultaten. Het volgende moment spot ze met haar ijver op school, haar plannen om naar de universiteit te gaan en lacht ze gemeen om haar iets te dikke kont. Zij is mooi ja en dat weet ze maar al te goed. Ineens is Annelies bang. Ze begint langzamer te fietsen. Haar benen voelen zwaar. Als de pet van haar moeder verkeerd staat hoeft ze haar plannen voor Delft zelfs niet te vertellen. Ze voelt tranen komen en vloekt.

Herzien perspectief

Ik ben blij. Ik fiets naar huis alsof ik wind mee heb. Dat gesprek met de decaan heeft me wél goed gedaan zeg. In gedachten zie ik weer mijn bezoeken aan al die open dagen voor me. Niets kon me echt bekoren. Ik kan goed tekenen, maar de sfeer op de kunstacademie vond ik niks. Economie heb ik nog gedacht, maar dat was het ook niet. En bij geneeskunde vroegen ze meteen of ik biologie in mijn pakket heb. Niet dus.Viel af. En nu komt de decaan aanzetten met het idee van Bouwkunde. Omdat ik tekentalent heb én sterk ben in de bètavakken. Dát is leuk. Gek dat ik zelf niet op dat idee ben gekomen. Ik ga dadelijk thuis meteen op internet kijken en dan misschien maar snel een afspraak maken op de TU in Delft. Ik kan dan ook op kamers, wég bij mama.
Maar ik zal het haar eerst nog moeten vertellen. Als dat maar goed gaat. Ze lacht me gewoon uit als ik zeg dat ik naar de universiteit wil. Nooit ging ze eens mee naar een open dag. En dat ik op kamers ga ziet ze al helemaal niet zitten. Oh, wat zie ik er tegen op. Ik merk dat ik steeds langzamer ga fietsen. Ik kom niet meer vooruit. Mijn benen voelen zwaar. Nou begin ik nog bijna te janken ook. Verdomme.



zondag 10 april 2016

Twee elfjes

Zondag
Zonnige dag
Fietsend door polderland
In de voetsporen van
VanGogh

Polderlandschap
Grootse vergezichten
Deze zonnige dag
Slechts een zuchtje wind
Fietsplezier





maandag 4 april 2016

De eerste echte lentedag.


Het wordt een mooie lentedag en we verheugen ons op onze eerste lange fietstocht na de winter. De 60 kilometer lange Van Goghroute rondom Zundert. Net als de grote schilder zijn wij in Zundert geboren. Dat schept een band.

Licht ongerust hoor ik om 08.00 uur de regen tikken op het slaapkamerraam. Dát is toch niet voorspeld? De lucht is grijs, maar onze weer-apps beloven nog steeds een zonnige dag. We vertrouwen er maar op. Met vesten en jacks aan gaan we op weg. En de zon komt. Eerst aarzelend, maar later voluit. De temperatuur loopt snel op. De vesten moeten uit, de ritssluitingen van onze jacks ver open. Er staat een stevige zuidelijke wind. Niet koud, zoals we gewend zijn, maar eerder zwoel. De takken van de bomen zijn nog kaal, maar het groene waas belooft een snel ontluikend gebladerte. De magnolia's steken hun roze bloemenkelken trots de lucht in. Hier en daar is de bodem bedekt met kleurige krokussen, hyacinten en narcissen. Vlakken geel geven de bloeiende forsythia prijs. De vogels fluiten. Ik koester de warmte van de zon op mijn gezicht en voel me gelukkig. Het is lente.
 

maandag 28 maart 2016

Blauwe plekken

Opdracht: Schrijf een flashback. Voorbereiding: drie minuten non-stop schrijven onder invloed van een zelfgekozen muziekstuk, dat invloed heeft op de flashback. Suggestie om het als volgt te doen: Een kleine intro in het heden: je personage gaat slapen, flashback, terugkeer in het heden.

Blauwe plekken

Met bonzend hart zit Annelies rechtop in bed. Ze voelt zich totaal ontredderd. Haar nachtshirtje plakt aan haar lijf. Zij heeft net een telefoontje met haar moeder afgebroken. Hoe weet dat mens in godsnaam dat ze zwanger is? 10 jaar heeft ze niets van haar gehoord en dat was prima. Haar man Jacques en zij zijn naar Nieuw Zeeland geëmigreerd. Wég uit Nederland, wég van haar. Ze zijn samen het avontuur aangegaan. Ze hebben hard moeten werken, maar de biologische bakkerij die ze hebben opgezet loopt nu als een trein. Ze kijken uit naar het kleine meisje dat op komst is. Dit geluk laat ze niet opnieuw door haar moeder verstoren. Ze voelt zich opgefokt, kwaad en is plotseling ook heel moe. Ze wil slapen, maar dat lukt niet meer.
Annelies wordt overspoeld door de gedachte aan die dag 10 jaar geleden. De dag dat ze vol met plannen, dromen en verwachtingen was thuisgekomen. Ze zou op kamers gaan, weg van huis, gaan studeren. Haar vrije tijd zou ze natuurlijk met Bas doorbrengen. Samen leuke dingen doen. Die blijdschap was plotseling wèg doordat haar moeder Bas van haar had afgenomen. Ze was verbijsterd geweest, daarna ontzettend kwaad en heel verdrietig. Haar moeder was haar moeder niet meer. Zijzelf bleef achter met blauwe plekken op haar ziel. Haar moeder die háár vriendje verleidde, waardoor zij plotseling alles kwijt was. Haar vriendje, haar moeder, haar thuis.
Haar toekomst was zwart geworden. Haar vertrouwen was weg. Haar blijdschap met haar studiekeuze, op kamers gaan, samenzijn met Bas, het was allemaal weg.
Ze kon pas weer gaan leven toen ze haar moeder uit haar leven had gebannen, haar had doodverklaard.

En nu dat telefoontje. Ze wil komen! Dat kan niet. Zij moet wegblijven uit haar leven met Jacques, van de baby die komt. Ze komt er niet in. 'Dát zal ik haar laten weten.'
Annelies sluit moe haar ogen, enigszins gekalmeerd nu.

Ik heb geluisterd naar 'Blauwe Plekken' van Herman van Veen.



zaterdag 19 maart 2016

Openingsscène


Opdracht: Schrijf de openingsscène van een verhaal waarin jouw personage aanwezig is. Uit de openingsscène moet iets blijken over de emotionele toestand van je personage. Maximaal 350 woorden. (herziene versie na feedback docente)



Annelies trapt op haar omafiets opgelucht naar huis. Wat goed van die decaan. Eindelijk weet ze wat ze wil. Ze juicht van binnen. Studeren wilde ze, dat was zeker, maar wàt? Wat ze niet al geprobeerd heeft. Ze zag het helemaal niet meer zitten. Ze was het gewoon zat.

En nu begon de decaan over haar tekentalent, maar geen kunstacademie voor haar, te esoterisch. 'Je bèta kant is ook sterk' zei hij toen 'is bouwkunde niets voor jou? Dan gebruik je allebei je talenten.'

Dát had iets met haar gedaan. Het bloed was naar haar wangen gestegen. Architectuur. Het leek haar geweldig. Dat ze daar niet eerder aan had gedacht. Ze zou naar Delft gaan en kamers zoeken. Dan kan ze eindelijk ook weg van haar moeder.



Haar moeder! Haar blijdschap zakt weg. Hoe zal ze nu weer reageren op haar studieplannen? Haar reacties zijn altijd zo onvoorspelbaar. De ene keer is ze poeslief en krijgt ze complimenten voor haar nieuwe jurk, haar schoolresultaten. Het volgende moment spot ze met haar ijver op school, haar plannen om naar de universiteit te gaan en lacht ze gemeen om haar iets te dikke kont. Zij is mooi ja en dat weet ze maar al te goed. Ineens is Annelies bang. Ze begint langzamer te fietsen. Haar benen voelen zwaar. Als de pet van haar moeder verkeerd staat hoeft ze haar plannen voor Delft zelfs niet te vertellen. Ze voelt tranen komen en vloekt.

zaterdag 12 maart 2016

Onthand


Een handpalmverhaal is een heel kort verhaal, dat in de palm van je hand past.

Opdracht: schrijf een handpalmverhaal over een hand of handen.



Hij wordt wakker met pijn in zijn hand. Zijn vingers zijn dik. Hij kan ze nauwelijks nog buigen, de knokkels zijn onzichtbaar en de hele hand is gezwollen en klopt. Wat is er in godsnaam gebeurd?

De huisarts stelt vragen over al zijn gewrichten. Het maakt hem angstig. Ze schrijft hem een antibioticumkuur voor en hij kan weer naar huis. 'Over een week moet het beter zijn'. Gerustgesteld is hij niet. Hij voelt zich onthand.

vrijdag 11 maart 2016

Ontrouw (herzien)

Dit schrijfsel heb ik eerder gepubliceerd op 28 februari. Ook dit verhaal heb ik herschikt naar aanleiding van welkome lezers-feedback.


'Kookt uw man wel vaker?' vraagt de speurder aandachtig. Voordat Ineke antwoord kan geven loopt hij naar de grijze container naast de keukendeur. Hij kiept de bak leeg op een krant, roert er in en haalt er restanten uit. 'Die neem ik mee naar het lab'. Ineke staat er nerveus bij. Ze heeft de man zelf binnengehaald, maar waar is ze aan begonnen?

Al maanden heeft Ineke het vage vermoeden dat haar man Juul een vriendin heeft. Hij komt vaak laat thuis, doet geheimzinnig met zijn iPhone en waar hij voorheen geen aandacht had voor zijn uiterlijk kijkt hij nu als een ijdele puber in de spiegel, gaat naar de fitness en besteedt aandacht aan zijn kleding. Ineke kan het niet laten wantrouwig in zijn zakken te zoeken, ruzie te maken als hij weer eens laat is. Bewijs vindt ze niet. 'Ben ik nu gek geworden?' Maar hij doet zo vreemd.
Zijn stemming is heel wisselend. Hij snauwt haar toe, maar kan ook plotseling, schuldbewust vult zij in, een charme-offensief beginnen. Hij gaat met haar de stad in, kookt voor haar. Maar die laatste maaltijd viel slecht. Doodziek kwam ze terecht op de eerste hulp. Voedselvergiftiging.

En nu is er een detective aan het werk.

Dan horen ze de voordeur en staat Juul in de keuken. Hij trekt wit weg, zijn mond valt open, stokstijf staart hij naar de berg afval.

donderdag 10 maart 2016

Berg op (herziene versie)


Dit schrijfsel heb ik gepubliceerd op 26 februari. Naar aanleiding van feedback van enkele van mijn lezers heb ik de laatste alinea herschreven.


Berg op
Ineke zwoegt met haar fonkelnieuwe reisfiets de berg op naar een pas van 2000m. Haar kersverse vriend Luc fietst een stuk voor haar uit. Zijn brede, bezwete schouders zijn ver weg. Hij heeft veel fietservaring. Voor haar is fietsen niet echt dé favoriete sport, maar ze wil haar relatie met Luc graag een kans geven. Hij heeft haar voorgespiegeld dat je op de fiets veel meer ziet, ruikt, ervaart dan wanneer je in een auto reist. Zij ziet alleen maar asfalt. De klim is zo zwaar dat ze niet om zich heen kán kijken. Stroompjes zweet komen onder haar helm vandaan, maar ze durft ze niet af te vegen, bang een hand van het stuur te halen. Door een kuil in de weg valt ze en de tranen stromen over haar wangen. Terwijl ze, Luc vervloekend, haar fiets rechtop zet probeert ze weer van start te gaan. Dat valt niet mee op de steile helling. Maar met de zwaar bepakte fiets aan de hand omhoog is ook geen optie.

Luc komt teruggereden. 'Waar bleef je nou?' glimlacht hij. Dat is de druppel. Ze stampvoet en barst opnieuw in huilen uit. Als Luc een arm om haar heenslaat en begripvol zegt dat deze fase hoort bij een eerste beklimming, herpakt ze zich en, aangeduwd door Luc, worstelt ze zich de laatste 200 m op.


Eenmaal op de pas drukt Luc haar tegen zijn natte lijf aan en krijgt ze de beloning die hij haar in het vooruitzicht heeft gesteld. Prachtig, die omliggende bergen, een orgie van kleur: aubergine, grijsgroene, okergele en gouden rotspartijen, met in de verte besneeuwde toppen. Tijdens de lange afdaling geniet Ineke van de bloeiende bergweiden. Ze moet moeite doen haar ogen op de weg te houden zó wordt ze afgeleid door de caleidoscopische kleurenpracht. Ze begint iets van de passie voor fietsreizen te begrijpen.  

zondag 28 februari 2016

Ontrouw?


Vooropdracht: Schrijf een spannende scène in de derde persoon over een detective die in je keuken komt rondsnuffelen. Maximaal 200 woorden.

Al maanden heeft Ineke het vage vermoeden dat haar man Juul een vriendin heeft. Hij komt vaak laat thuis, doet geheimzinnig met zijn I-phone en waar hij voorheen geen aandacht had voor zijn uiterlijk kijkt hij nu als een ijdele puber in de spiegel, gaat naar de fitness en besteedt aandacht aan zijn kleding. Ineke kan het niet laten wantrouwig in zijn zakken te zoeken, ruzie te maken als hij weer eens laat is. Bewijs vindt ze niet. 'Ben ik nu gek geworden?' Maar hij doet zo vreemd.
Zijn stemming is heel wisselend. Hij snauwt haar toe, maar kan ook plotseling, schuldbewust vult zij in, een charme-offensief beginnen. Hij gaat met haar de stad in, kookt voor haar. Maar die laatste maaltijd valt slecht. Doodziek komt ze terecht op de eerste hulp. Voedselvergiftiging. Zou hij iets in haar eten gedaan hebben?
Ze besluit een detectivebureau in te schakelen.
De speurder wil haar keuken zien. Hij is vooral geïnteresseerd in de bak met groente- en fruitafval. Hij kiept de bak leeg op een krant, roert erin en haalt er restanten uit die hij mee wil nemen voor het lab. Dan horen ze de voordeur en staat Juul in de keuken. Hij trekt wit weg, zijn mond valt open, stokstijf staart hij naar de berg afval.

Onprettige familiecontacten


Opdracht: Verteltoon. 
Schrijf drie scènes over een onprettig familiebezoek. Twee scènes in de eerste persoon, één op formele toon, de andere informeel en de derde scène verteld door een afstandelijke verteller in de derde persoon. Maximaal 200 woorden per scène.



Formeel

Ik zit met mijn I-phone in de hand. Ik moet nu toch maar eens een afspraak met mijn ouders maken, maar ik zie er als een berg tegenop. Ik moet ze gaan vertellen van mijn ophanden zijnde echtscheiding en ik ben bang dat ze dat niet kunnen accepteren.

Mijn ouders zijn oerconservatief en trouwe kerkgangers. Ze wonen op een dorp waar de sociale controle groot is. Scheiden doe je in dit dorp niet zónder onderwerp te zijn van vileine roddel en achterklap. Mijn pa en ma leven zó keurig volgens de norm dat zij nooit over de tong zijn gegaan.

Ze zijn trots op mij. Ik ben hun oudste dochter, getrouwd met een geslaagd architect, ik woon in een mooi huis in de stad en heb twee kinderen die dol zijn op oma en opa en dat is wederzijds.

En dan nu die scheiding. Juul en ik hebben de nodige therapeutische sessies achter de rug, maar het gaat niet meer tussen ons. Het zou me niets verbazen als ze me de deur wijzen.



Informeel

Gòh, wat heb ik een knoop in mijn maag. Ik moet het ze gaan vertellen, papa en mama. Ik ga scheiden en ik ben bang dat ze dit niet kunnen accepteren. Ik heb het steeds maar voor me uitgeschoven, omdat ik er verschrikkelijk tegen opzie. Ze zullen het dan ook heel moeilijk vinden en ik wil ze eigenlijk geen pijn doen, maar dit gaat nu wel gebeuren. Het is natuurlijk een schande voor hen dat ik, de geslaagde dochter, waar ze nogal over gepocht hebben in het dorp, nu door de mand val. Misschien willen ze me wel nooit meer zien. Voor mij niet zo'n ramp, maar voor de kinderen wel. Zij zijn dol op opa en oma en ik wil niet dat ze die band ook nog kwijtraken. Ze krijgen al genoeg verlies te verwerken dadelijk.

Waarom zijn pa en ma ook zo behoudend. Ik heb al zo vaak rekening met ze gehouden. Ik ben in de kerk getrouwd, terwijl ik liever was gaan samenwonen. Ik heb mijn kinderen laten dopen. Mijn slechte relatie met Juul in stand houden voor hen kan echt niet. Ik ga ze nu bellen.



In de derde persoon

Ineke van de Boom gaat scheiden. Zij en haar man Juul hebben veel gedaan om hun relatie te redden, maar het gaat niet meer tussen hen. Ineke heeft dit geaccepteerd. Maar ze heeft het nog niet tegen haar ouders verteld. Haar ouders zijn behoudende en erg kerkelijke mensen.

In het dorp, waar de ouders van Ineke wonen, zal als bekend wordt dat de dochter van Jan en Lies gaat scheiden het roddelcircuit op gang komen. Mensen zouden er wel eens plezier om kunnen hebben dat die zogenaamd geslaagde Ineke nu blijkt niet zo volmaakt te zijn als Jan en Lies voorspiegelden. Dat is voor Ineke's ouders, die altijd zo voorbeeldig hebben geleefd, waardoor ze nooit over de tong zijn gegaan, heel erg.

Behalve de schande zullen ze ook religieuze motieven hebben om de scheiding af te keuren. Het zou zelfs tot een breuk kunnen leiden. Ineke is bang dat haar ouders geen onderscheid zullen maken tussen de scheiding afkeuren en haar afkeuren.