Over deze site

De teksten onder "Schrijfsels" zijn uitgewerkte opdrachten die ik schreef in het kader van mijn opleiding aan de schrijversacademie (zie "Over mij"). Nu vul ik het blog zo nu en dan aan met wat ik 'eigen werk' noem. Omdat ik ervan wil leren ben ik blij met elk commentaar.


vrijdag 22 april 2016

Ellfjes in de lente



Koolzaad
kleurt bermen
pinksterbloemen aarzelen nog
de lucht vol belofte
Lente


Liefde
twee merels
hun snavels vervlochten
vurig kussen ze elkaar
merelzoen


zaterdag 16 april 2016

Breuk


Opdracht: Combineer een vertellend fragment (eerste alinea) en een vertonend fragment (tweede alinea).

De vader van Annelies woont aan de andere kant van de stad met zijn nieuwe vriendin. Aanvankelijk had Annelies nog regelmatig contact met hem, maar die nieuwe vriendin ziet ze niet zitten. Ze heeft hèm daarom ook al maanden niet meer gezien. Hoewel Annelies het, net als haar vader, ook vaak moeilijk heeft met het wisselvallige gedrag van haar moeder, voelt ze die vriendin toch als verraad.
Annelies moet haar moeder gaan vertellen dat ze in Delft wil gaan studeren en dat ze op kamers gaat. Ze ziet er enorm tegenop. Haar moeder lacht haar altijd uit als ze zegt dat ze naar de universiteit wil. Ze ging ook nooit eens mee naar een open dag. Eigenlijk is ze vooral geïnteresseerd in zichzelf.

En ja hoor, er zijn niet veel woorden nodig. Met een valse grijns schampert mama dat ze het veel te hoog in haar bol heeft met haar architectuur. 'Denk je nu echt dat je een Rem Koolhaas bent? Laat me niet lachen. En je wil op kamers? Dat zal me een zooi worden bij jou. Je ruimt hier al niets op. En wie zal dat betalen? Als ik jou was zou ik naar je vader en zijn hoer gaan'. Annelies staat met gebalde vuisten en strakke lippen tegenover haar schreeuwende moeder. Tranen rollen over haar wangen. Ze is zó alleen. Ze rent de trap op en slaat de deur van haar kamer hard dicht. Ze pakt haar I-phone. Papa lijkt blij verrast haar te horen. 'Dag meisje. Wat fijn dat je belt. Hoe staat het met je studieplannen? En wanneer zie ik je weer eens?'. Ze kan bijna geen fatsoenlijk woord uitbrengen. Onderbroken door gesnik probeert ze haar verhaal te doen. Ze houdt het niet meer uit bij mama, ze wil hier weg. Kan ze niet even bij hem wonen?




Een domper

Opdracht B2: Herschrijf de openingsscène vanuit verschillende perspectieven

Annelies trapt op haar omafiets opgelucht naar huis. Wat goed van die decaan. Eindelijk weet ze wat ze wil. Ze juicht van binnen. Studeren wilde ze, dat was zeker, maar wát? Wat ze niet al geprobeerd heeft. Ze zag het helemaal niet meer zitten. Ze was het gewoon zat.
En nu begon de decaan over haar tekentalent, maar geen kunstacademie voor haar, te esoterisch. 'Je bèta kant is ook sterk' zei hij toen 'is bouwkunde niets voor jou? Dan gebruik je allebei je talenten.'
Dát deed iets met haar. Het bloed steeg naar haar wangen. Architectuur. Het leek haar geweldig. Dat ze daar niet eerder aan had gedacht. Ze zou naar Delft gaan en kamers zoeken. Dan kan ze eindelijk ook weg van haar moeder.

Haar moeder! Haar blijdschap zakt weg. Hoe zal ze nu weer reageren op haar studieplannen? Haar reacties zijn altijd zo onvoorspelbaar. De ene keer is ze poeslief en krijgt ze complimenten voor haar nieuwe jurk, haar schoolresultaten. Het volgende moment spot ze met haar ijver op school, haar plannen om naar de universiteit te gaan en lacht ze gemeen om haar iets te dikke kont. Zij is mooi ja en dat weet ze maar al te goed. Ineens is Annelies bang. Ze begint langzamer te fietsen. Haar benen voelen zwaar. Als de pet van haar moeder verkeerd staat hoeft ze haar plannen voor Delft zelfs niet te vertellen. Ze voelt tranen komen en vloekt.

Herzien perspectief

Ik ben blij. Ik fiets naar huis alsof ik wind mee heb. Dat gesprek met de decaan heeft me wél goed gedaan zeg. In gedachten zie ik weer mijn bezoeken aan al die open dagen voor me. Niets kon me echt bekoren. Ik kan goed tekenen, maar de sfeer op de kunstacademie vond ik niks. Economie heb ik nog gedacht, maar dat was het ook niet. En bij geneeskunde vroegen ze meteen of ik biologie in mijn pakket heb. Niet dus.Viel af. En nu komt de decaan aanzetten met het idee van Bouwkunde. Omdat ik tekentalent heb én sterk ben in de bètavakken. Dát is leuk. Gek dat ik zelf niet op dat idee ben gekomen. Ik ga dadelijk thuis meteen op internet kijken en dan misschien maar snel een afspraak maken op de TU in Delft. Ik kan dan ook op kamers, wég bij mama.
Maar ik zal het haar eerst nog moeten vertellen. Als dat maar goed gaat. Ze lacht me gewoon uit als ik zeg dat ik naar de universiteit wil. Nooit ging ze eens mee naar een open dag. En dat ik op kamers ga ziet ze al helemaal niet zitten. Oh, wat zie ik er tegen op. Ik merk dat ik steeds langzamer ga fietsen. Ik kom niet meer vooruit. Mijn benen voelen zwaar. Nou begin ik nog bijna te janken ook. Verdomme.



zondag 10 april 2016

Twee elfjes

Zondag
Zonnige dag
Fietsend door polderland
In de voetsporen van
VanGogh

Polderlandschap
Grootse vergezichten
Deze zonnige dag
Slechts een zuchtje wind
Fietsplezier





maandag 4 april 2016

De eerste echte lentedag.


Het wordt een mooie lentedag en we verheugen ons op onze eerste lange fietstocht na de winter. De 60 kilometer lange Van Goghroute rondom Zundert. Net als de grote schilder zijn wij in Zundert geboren. Dat schept een band.

Licht ongerust hoor ik om 08.00 uur de regen tikken op het slaapkamerraam. Dát is toch niet voorspeld? De lucht is grijs, maar onze weer-apps beloven nog steeds een zonnige dag. We vertrouwen er maar op. Met vesten en jacks aan gaan we op weg. En de zon komt. Eerst aarzelend, maar later voluit. De temperatuur loopt snel op. De vesten moeten uit, de ritssluitingen van onze jacks ver open. Er staat een stevige zuidelijke wind. Niet koud, zoals we gewend zijn, maar eerder zwoel. De takken van de bomen zijn nog kaal, maar het groene waas belooft een snel ontluikend gebladerte. De magnolia's steken hun roze bloemenkelken trots de lucht in. Hier en daar is de bodem bedekt met kleurige krokussen, hyacinten en narcissen. Vlakken geel geven de bloeiende forsythia prijs. De vogels fluiten. Ik koester de warmte van de zon op mijn gezicht en voel me gelukkig. Het is lente.