Over deze site

De teksten onder "Schrijfsels" zijn uitgewerkte opdrachten die ik schreef in het kader van mijn opleiding aan de schrijversacademie (zie "Over mij"). Nu vul ik het blog zo nu en dan aan met wat ik 'eigen werk' noem. Omdat ik ervan wil leren ben ik blij met elk commentaar.


woensdag 30 november 2016

Opdracht: Schrijf een kort verhaal. Maximaal 1200 woorden. Het hoofdpersonage moet voor een dilemma komen te staan. Gedachten, beschrijvingen en gebeurtenissen wisselen elkaar af. Er moet emotie in zitten.


Het is 12 november. Stralend loopt Sandra temidden van al die duizenden andere lopers, over de Verrazana Bridge van Staten Island naar Brooklyn. Ze loopt de marathon van New York en kan het nauwelijks geloven. Zij, die absoluut niet sportief is, geen balgevoel heeft, niet durft te schaatsen, angstig is bij langlaufen. Maar op haar veertigste heeft ze ontdekt dat ze wél lange afstanden kan lopen. Bij verschillende halve marathons stond ze zelfs op het podium. Tweede vrouw in haar leeftijdscategorie. Dit voorjaar heeft ze een proefmarathon gelopen in Rotterdam. Haar eerste en dat nog wel in drie uur en veertig minuten. Een geweldige tijd. Euforisch was ze. De hele week dacht ze dat iedereen aan haar kon zien wat een fantastische prestatie ze had geleverd. Toen was het in haar gaan borrelen. Zou het niet geweldig zijn op haar vijftigste de marathon in New York te lopen? Binnen de drie en een half uur liefst. 'New York, New York'. Vier keer in de week heeft ze getraind, een strak schema volgend met haar atletiekclubje. Snel na haar werk loopkleren aan en op pad. Het beheerste haar leven. Ze is verpleegkundige. Mensen helpen is haar ideaal. Haar werk met onregelmatige diensten en soms lastige patiënten is zwaar. Met de trainingen loopt ze haar moeheid er lekker uit. Ze denkt in afstanden en tijden en als ze een training heeft gemist moet ze die van zichzelf inhalen. Mark, haar echtgenoot, baalt en verzucht dat ze verslaafd is, maar dat maakt haar niets uit. Ze voelt zich goed.

De afgelopen dagen waren één groot feest. De vliegreis, de startbewijzen ophalen. Wat voelde ze zich klein tussen de majestueuze wolkenkrabbers. Het Empire State Building, de elegante Chrysler Tower, Time Square. Ze deden een verkenningsloopje in Central Park en zojuist de start op Staten Island. Het was koud en nerveus dribbelde iedereen heen en weer. Ze ging rustig van start. Dat is haar op het hart gedrukt. Door de grote massa kon dat ook niet anders. Geleidelijk komt er meer ruimte en het gaat goed. Sandra kijkt gelukzalig om zich heen. Een waterig zonnetje verwarmt een beetje. Het publiek roept en klapt, voor háár. De muziek draagt haar. Ze zweeft. Ze kijkt op haar Garmin. Ze zit op schema. Ze gaat het halen, 42 kilometer en 195 meter, binnen de 3 uur en 30 minuten. Ze loopt de Pulaski Bridge over. Een cadans van bewegende voeten op de brug, de kleurige, golvende mensenzee vóór haar. Op de Queensboro Bridge passeert ze het 25 km punt. Manhattan is in zicht.

En dan gebeurt het. Enkele meters vóór haar valt een man. Vreemd, geen enkel obstakel. Sommige lopers steken hem een hand toe, anderen rennen gewoon door. Sandra aarzelt. Haar verpleegkundig oog zegt dat dit niet zó maar struikelen is. Moet ze stoppen? Zijn er geen EHBO'ers in de buurt? Het gonst in haar hoofd. Ze wil dóór. Haar streeftijd kan ze wel op haar buik schrijven als ze nu stopt. Maar haar verantwoordelijkheidsgevoel wint en ze knielt bij de man neer. Ze schudt voorzichtig aan zijn schouders. 'You're alright?' vraagt ze, maar hij reageert niet. Hij is bewusteloos. Ze legt hem op zijn rug. Het zou wel eens een Nederlander kunnen zijn met zijn oranje shirtje, schiet het door haar heen. Geroutineerd legt ze haar oor bij zijn neus en mond. Zijn doorkomende baardstoppels prikken, zwarte puntjes ontsieren zijn neusvleugels. Ze neemt geen ademhaling waar. Ze gaat met haar schouders boven de man hangen, strekt haar armen en plaatst haar handen op zijn borstkas, drukt het borstbeen in. Ze telt 30 keer, kantelt zijn hoofd naar achteren, knijpt zijn neus dicht en past de mond-op-mondbeademing toe. Opnieuw drukt ze zijn borstbeen in.
Er staan mensen om haar heen. Er wordt geroepen om 911 en al gauw hoort ze de sirene van een ambulance. Twee stevige verpleegkundigen nemen de man van haar over. Daar staat ze nu. Ze beeft.

Aarzelend begeeft Sandra zich maar weer tussen de horde lopers. In een roes loopt ze over Fifth Avenue en door Central Park. Haar benen zijn niet meer van haar. Ze komt niet vooruit. Het publiek juicht en roept 'You can do it', maar ze hoort het niet. Haar hoofd is leeg als ze de finish bereikt. Drie uur en 50 minuten. Tranen springen in haar ogen. Haar tanden klapperen, haar lichaam trilt. Dit is niet zomaar ontlading. Ze ziet weer die man in dat oranje shirtje die daar plotseling lag. Ze krijgt een plastic laken om zich heen, een medaille om haar hals. Vrienden komen op haar toe en omhelzen haar. Ze barst in huilen uit. Met horten en stoten, snikkend, probeert ze te vertellen wat haar is overkomen. Heeft ze er wel goed aan gedaan te reanimeren? Wie weet hoe hij hier uitkomt, of hij er uitkomt. Ze weet niet eens hoe hij heet. Misschien staat zijn vrouw hier wel ergens op hem te wachten.

Haar vrienden nemen haar mee naar het hotel. Ze hebben champagne, maar zij heeft niets te vieren. Ze kan die man niet loslaten. Ze ruikt hem nog, ze proeft hem weer. Heimelijk is ze teleurgesteld over haar eindtijd. Haar atletiekclubje wil uit eten, wil naar de Fun-after-the-Run-Party, maar zij zou het liefst in bed kruipen. Ze belt Mark. Hij hoort haar kalm aan. 'Ik heb zó getwijfeld Mark. Ik kon het voor mijn gevoel niet laten om te kijken of ik wat kon doen, maar ik heb toch niet zo hard getraind om in New York de verpleegster te zijn? Die eindtijd verdomme, 20 minuten verloren. Ik zou trouwens wel willen weten hoe het nu met die man is.' 'Ik vind het heel goed wat je hebt gedaan Sandra. Je zou nu zéker met een geweldig schuldgevoel rondlopen als je dit niet had gedaan. En je hebt hem ook nog uitgelopen, fantastisch toch meisje,' troost hij. 'Bel morgen naar de organisatie, dan hoor je hoe het is gegaan met die man'. Het maakt haar rustiger. Ze gaat toch maar mee om wat te eten. Ze drinkt een wijntje. Feesten wil ze niet. Alleen gaat ze terug naar het hotel waar ze als een blok in slaap valt.

De volgende ochtend neemt ze contact op met de organisatie. Maar ze geven geen persoonlijke gegevens prijs. Privacy. 'Dat kan toch niet' roept ze verontwaardigd uit. 'Ik heb iemand gereanimeerd, heb de wedstrijd onderbroken, en nu vertellen jullie niet eens hoe het met die man is.'
Ze raden haar aan de politie te benaderen. Daar hoort ze dat de man al in de ambulance is overleden. Hartstilstand. Ze krijgt zijn naam en woonplaats. Inderdaad, een Nederlander.

Eenmaal thuis moet ze maar steeds weer vertellen over die man die daar plotseling lag. Ze zou zijn vrouw willen bellen, maar ze durft niet. Ze voelt zich schuldig. Misschien had ze toch anders moeten handelen. Haar collega's kunnen haar niet geruststellen. Ze droomt over hem die inmiddels een naam heeft. Haar atletiekclubje mijdt ze. Ze praten alleen maar opgewonden over hun ervaringen in New York. Ze kan soms zómaar in huilen uitbarsten. Na een week vindt Mark het welletjes. 'Bel zijn vrouw en sluit het af' zegt hij geïrriteerd.

De vrouw klinkt bijna blij als ze hoort wie zij is. 'Ik vind het fijn dat je belt. Ik heb gehoord dat een vrouw heeft geprobeerd Tjeu te reanimeren, maar niemand wist wie. Jij bent de laatste die hem in leven heeft gezien. Hij had een hartstilstand.' Haar stem breekt. Voor Sandra is het goed zo.








dinsdag 8 november 2016





Een 'elfje', tot stand gekomen tijdens een ochtendloopje langs de Mark.

Winterochtend
witte rijp
op treurende varens
bomen verwerpen hun kleur
wantenweer