'Kookt uw man wel vaker?' vraagt de
speurder aandachtig. Voordat Ineke antwoord kan geven loopt hij naar
de grijze container naast de keukendeur. Hij kiept de bak leeg op een
krant, roert er in en haalt er restanten uit. 'Die neem ik mee naar
het lab'. Ineke staat er nerveus bij. Ze heeft de man zelf
binnengehaald, maar waar is ze aan begonnen?
Al maanden heeft Ineke het vage
vermoeden dat haar man Juul een vriendin heeft. Hij komt vaak laat
thuis, doet geheimzinnig met zijn iPhone en waar hij voorheen geen
aandacht had voor zijn uiterlijk kijkt hij nu als een ijdele puber in
de spiegel, gaat naar de fitness en besteedt aandacht aan zijn
kleding. Ineke kan het niet laten wantrouwig in zijn zakken te
zoeken, ruzie te maken als hij weer eens laat is. Bewijs vindt ze
niet. 'Ben ik nu gek geworden?' Maar hij doet zo vreemd.
Zijn stemming is heel wisselend. Hij
snauwt haar toe, maar kan ook plotseling, schuldbewust vult zij in,
een charme-offensief beginnen. Hij gaat met haar de stad in, kookt
voor haar. Maar die laatste maaltijd viel slecht. Doodziek kwam ze
terecht op de eerste hulp. Voedselvergiftiging.
En nu is er een detective aan het werk.
Dan horen ze de voordeur en staat Juul
in de keuken. Hij trekt wit weg, zijn mond valt open, stokstijf
staart hij naar de berg afval.