Over deze site

De teksten onder "Schrijfsels" zijn uitgewerkte opdrachten die ik schreef in het kader van mijn opleiding aan de schrijversacademie (zie "Over mij"). Nu vul ik het blog zo nu en dan aan met wat ik 'eigen werk' noem. Omdat ik ervan wil leren ben ik blij met elk commentaar.


woensdag 31 augustus 2016

De foto.


Opdracht: Schrijf een 'aangeklede dialoog', d.w.z. met ook ongesproken tekst. Laat de dialoog iets onthullen over je personages.

Annemiek wordt in haar mijmeringen over Eric en het einde van hun relatie gestoord door de bel. Haar vriendin Mariëlle staat aan de deur. 'Ik probeer je steeds te bellen, maar je neemt niet op.'
'Ach, mijn telefoon ligt in de keuken en ik ben boven bezig. Dan hoor ik die telefoon dus niet. Stom van me. Kom je even binnen?'
'Wat ben je aan het doen Annemiek? Je ziet er niet echt goed uit als ik het zeggen mag.'
'Tja, ik maak mijn werkkamer leeg. Al die boeken. Ik wil nieuwe vloerbedekking en dan meteen ook maar de muren sauzen, dus moet alles van zijn plek. Eigenlijk ben ik het al lang zat. Het is zó'n gesjouw en ik kom natuurlijk van alles tegen.'
'Zet je koffie? Kunnen we even bijkletsen en dan help ik je wel met je boekenkasten.'
Annemiek krijgt tranen in haar ogen. Ze kent Mariëlle al heel lang. Ze heeft de periode met Eric meegemaakt en was toen al haar steun en toeverlaat.
'Moet je kijken wat ik tussen mijn boeken vond.' Ze laat de 20 jaar oude foto van een superslanke Annemiek zien.
'Oei, je bent wel wat kilootjes meer om eerlijk te zijn' zegt Mariëlle.
'Ja, geen wonder dat ik geen succes heb met daten. Dat ik verdomme mezelf niet beter kan beheersen met eten. En die wijntjes ook.'
'Je zou wat aan sport moeten gaan doen.'
'Sport.' Annemiek steekt haar tong uit.
'Nou ja, als je er niets voor over hebt blijf je toch lekker gewoon zoals je bent? Maar dan moet je ook niet klagen. Je hebt jezelf wel erg verwaarloosd hoor Annemiek.'
'Je hebt natuurlijk weer gelijk. Ik zal er eens over denken. Als mijn kamer klaar is misschien.'

maandag 8 augustus 2016

De boekenkast


Opdracht: Schrijf een fragment dat de opening zou kunnen vormen van een verhaal. Toon je personage als iemand van vlees en bloed. Denk na over de verdeling handeling, beschrijving, gedachtestroom. Je personage is als enige in beeld. Er is geen interactie met anderen. Maximaal 300 woorden.

De boekenkast

Annemiek staat zuchtend op een hoge keukentrap in haar werkkamer. Eén voor één haalt ze haar boeken uit haar kast. Trap op en trap af. Ze wist het zweet van haar voorhoofd. Waar is ze aan begonnen? Er moet nieuwe vloerbedekking komen. Dat heeft ze heel lang uitgesteld, maar die laatste chocoladevlekken gaven de doorslag. Ieder boek kijkt ze even in. Soms glimlacht ze om een tekst die ze er in heeft geschreven, om een opdracht van een vriend, haalt haar wenkbrauwen op als ze schrikt van een jaartal. Heb ik dit al zo lang? denkt ze. Waar gaat het ook weer over?

Maar zo vlot het werk niet erg. Als ze één doos vol heeft wil ze hem naar de slaapkamer brengen. Ze krijgt de doos niet getild en krijgt tranen in haar ogen. Ze moet het ook allemaal in haar eentje doen. Dan maar weer de helft eruit.

Deze kamer is zó haar domein. Hier kan ze op haar comfortabele Mart Visser bank heerlijk zitten luisteren naar muziek, de krant of een boek lezen met een glaasje wijn erbij, hapje ernaast. Of aan haar grote kersenhouten tafel haar mail beantwoorden, haar administratie doen.

Als ze halverwege is vindt ze achter een rij boeken een foto van haarzelf in bikini. Zeker 20 jaar geleden. Jeetje, wat was ze toen slank. Hoe heeft ze zichzelf zó kunnen laten gaan. Bozig kijkt ze naar haar dikke buik.
Het was het laatste weekend met Eric. Ze hadden een duinwandeling gemaakt, aan het strand gelegen, vis gegeten. Maar kort daarop ontdekte ze dat hij nóg een vriendin had. Na veel ruzies, geklap met deuren, glazen door de kamer, tranen, is hij gegaan. Zij bleef en toen is het fout gegaan met haar.



zondag 31 juli 2016

Elfjes


Twee elfjes over natuur waar ik graag hardloop en wandel, de Galderse heide en het Markdal.

Heide
Galderse heide
Schemering van roze
Voorbode van de nazomer?
Melancholie


Oever
Lichtroze springbalsemien
Kattenstaarten, verdwaalde hortensia's
Treurwilgen weerspiegeld in groen water
Thuisrivier

maandag 18 juli 2016

Mijn eerste geslaagde date.

Opdracht: Creëer een personage. Laat je personage een liefdesbrief schrijven. Laat de toon van de brief iets onthullen over de achtergrond en het karakter van je personage.


Lieve David,
Wat hebben we het fijn samen. Gisteren was ook weer zo'n heerlijke avond. We hebben echt lekker gegeten. Misschien een beetje veel wijn gedronken, waardoor ik je wel heel gemakkelijk op mijn appartement uitnodigde. Dat doe ik eigenlijk nooit. Ik wil liever neutraal terrein, maar met jou is alles zó anders. Ik was eigenlijk helemaal klaar met daten en wilde er een punt achter zetten. Het werd toch niks. Maar nu ben ik zo blij dat ik die date met jou toch gemaakt heb. Ik voelde me meteen op mijn gemak bij jou.
Je bent zó attent en het klikt op alle fronten. Je ziet mijn zorgvuldig ingerichte appartement, mijn kunst, je bekijkt mijn boekenkast, mijn muziek. Je ziet mij. De film die we laatst zagen, we konden er zo fijn over napraten. Ons museumbezoek was ook een schot in de roos. Ik verheug me op ons weekendje weg. Samen wandelen, praten, vrijen. Ik mis je nu al. Ik voel nog je zachte kussen. Mijn hoofd op je borst, je handen op mijn buik, mijn billen. Ik voel me bijna mooi. En jij bent zo groot, zo breed. Ik voel me veilig bij jou. Ik ben gewoon hartstikke verliefd op je.
Op mijn werk vroegen ze vanochtend wat er met me gebeurd was. Ik straalde kennelijk. Je maakt me weer blij met mezelf. Je vindt mijn lichaam zacht, rijk en vol zeg je. Bij mannen vóór jou was dat echt niet zo. Ze reageerden heel anders. Ik voelde me dan zo depri. En dan ging ik weer eten. Mijn zoveelste eetbui.
Toen je gisteravond wegging ben ik helemaal gelukkig mijn bed ingedoken én vanochtend ben ik stralend weer wakker geworden.
Ik verheug me erop je zaterdag weer te zien lieve man.


Een dikke kus voor jou van Annemiek.  

vrijdag 22 april 2016

Ellfjes in de lente



Koolzaad
kleurt bermen
pinksterbloemen aarzelen nog
de lucht vol belofte
Lente


Liefde
twee merels
hun snavels vervlochten
vurig kussen ze elkaar
merelzoen


zaterdag 16 april 2016

Breuk


Opdracht: Combineer een vertellend fragment (eerste alinea) en een vertonend fragment (tweede alinea).

De vader van Annelies woont aan de andere kant van de stad met zijn nieuwe vriendin. Aanvankelijk had Annelies nog regelmatig contact met hem, maar die nieuwe vriendin ziet ze niet zitten. Ze heeft hèm daarom ook al maanden niet meer gezien. Hoewel Annelies het, net als haar vader, ook vaak moeilijk heeft met het wisselvallige gedrag van haar moeder, voelt ze die vriendin toch als verraad.
Annelies moet haar moeder gaan vertellen dat ze in Delft wil gaan studeren en dat ze op kamers gaat. Ze ziet er enorm tegenop. Haar moeder lacht haar altijd uit als ze zegt dat ze naar de universiteit wil. Ze ging ook nooit eens mee naar een open dag. Eigenlijk is ze vooral geïnteresseerd in zichzelf.

En ja hoor, er zijn niet veel woorden nodig. Met een valse grijns schampert mama dat ze het veel te hoog in haar bol heeft met haar architectuur. 'Denk je nu echt dat je een Rem Koolhaas bent? Laat me niet lachen. En je wil op kamers? Dat zal me een zooi worden bij jou. Je ruimt hier al niets op. En wie zal dat betalen? Als ik jou was zou ik naar je vader en zijn hoer gaan'. Annelies staat met gebalde vuisten en strakke lippen tegenover haar schreeuwende moeder. Tranen rollen over haar wangen. Ze is zó alleen. Ze rent de trap op en slaat de deur van haar kamer hard dicht. Ze pakt haar I-phone. Papa lijkt blij verrast haar te horen. 'Dag meisje. Wat fijn dat je belt. Hoe staat het met je studieplannen? En wanneer zie ik je weer eens?'. Ze kan bijna geen fatsoenlijk woord uitbrengen. Onderbroken door gesnik probeert ze haar verhaal te doen. Ze houdt het niet meer uit bij mama, ze wil hier weg. Kan ze niet even bij hem wonen?




Een domper

Opdracht B2: Herschrijf de openingsscène vanuit verschillende perspectieven

Annelies trapt op haar omafiets opgelucht naar huis. Wat goed van die decaan. Eindelijk weet ze wat ze wil. Ze juicht van binnen. Studeren wilde ze, dat was zeker, maar wát? Wat ze niet al geprobeerd heeft. Ze zag het helemaal niet meer zitten. Ze was het gewoon zat.
En nu begon de decaan over haar tekentalent, maar geen kunstacademie voor haar, te esoterisch. 'Je bèta kant is ook sterk' zei hij toen 'is bouwkunde niets voor jou? Dan gebruik je allebei je talenten.'
Dát deed iets met haar. Het bloed steeg naar haar wangen. Architectuur. Het leek haar geweldig. Dat ze daar niet eerder aan had gedacht. Ze zou naar Delft gaan en kamers zoeken. Dan kan ze eindelijk ook weg van haar moeder.

Haar moeder! Haar blijdschap zakt weg. Hoe zal ze nu weer reageren op haar studieplannen? Haar reacties zijn altijd zo onvoorspelbaar. De ene keer is ze poeslief en krijgt ze complimenten voor haar nieuwe jurk, haar schoolresultaten. Het volgende moment spot ze met haar ijver op school, haar plannen om naar de universiteit te gaan en lacht ze gemeen om haar iets te dikke kont. Zij is mooi ja en dat weet ze maar al te goed. Ineens is Annelies bang. Ze begint langzamer te fietsen. Haar benen voelen zwaar. Als de pet van haar moeder verkeerd staat hoeft ze haar plannen voor Delft zelfs niet te vertellen. Ze voelt tranen komen en vloekt.

Herzien perspectief

Ik ben blij. Ik fiets naar huis alsof ik wind mee heb. Dat gesprek met de decaan heeft me wél goed gedaan zeg. In gedachten zie ik weer mijn bezoeken aan al die open dagen voor me. Niets kon me echt bekoren. Ik kan goed tekenen, maar de sfeer op de kunstacademie vond ik niks. Economie heb ik nog gedacht, maar dat was het ook niet. En bij geneeskunde vroegen ze meteen of ik biologie in mijn pakket heb. Niet dus.Viel af. En nu komt de decaan aanzetten met het idee van Bouwkunde. Omdat ik tekentalent heb én sterk ben in de bètavakken. Dát is leuk. Gek dat ik zelf niet op dat idee ben gekomen. Ik ga dadelijk thuis meteen op internet kijken en dan misschien maar snel een afspraak maken op de TU in Delft. Ik kan dan ook op kamers, wég bij mama.
Maar ik zal het haar eerst nog moeten vertellen. Als dat maar goed gaat. Ze lacht me gewoon uit als ik zeg dat ik naar de universiteit wil. Nooit ging ze eens mee naar een open dag. En dat ik op kamers ga ziet ze al helemaal niet zitten. Oh, wat zie ik er tegen op. Ik merk dat ik steeds langzamer ga fietsen. Ik kom niet meer vooruit. Mijn benen voelen zwaar. Nou begin ik nog bijna te janken ook. Verdomme.