Over deze site

De teksten onder "Schrijfsels" zijn uitgewerkte opdrachten die ik schreef in het kader van mijn opleiding aan de schrijversacademie (zie "Over mij"). Nu vul ik het blog zo nu en dan aan met wat ik 'eigen werk' noem. Omdat ik ervan wil leren ben ik blij met elk commentaar.


vrijdag 30 augustus 2019

Langs Duitse rivieren

Geen indrukwekkend verre reis ditmaal. Frans en ik hebben al zóveel gezien in de wereld, dat we niet echt verrast meer zijn. Bovendien heeft het massa-toerisme een enorme vlucht genomen. Plaatsen die wij nog authentiek konden noemen, worden nu overspoeld door mensen en dat zien wij met lede ogen aan. Fijn dat iedereen kan reizen tegenwoordig, maar massa-toerisme vervuilt de aantrekkelijkheid van veel mooie plekken. Vliegen kan bovendien tot schaamte leiden, omdat het vervuilend is voor het milieu. Dan maar met onze e-bikes, die we sinds deze winter hebben, omdat ik erg moe werd van het klimmen in Zuid-Korea en tegen de wind fietsen in Friesland. We laden de fietsen op met electriciteit van onze zonnepanelen. Verantwoord toch? 

We vertrekken naar Duitsland via Roermond. Naar Roermond met de trein. Lekker 1e klas, omdat ik mezelf nog steeds de luxe gun van een 1e klasse-abonnement en Frans met korting met me meekan. Maar dan blijkt het fietsverblijf in de trein behoorlijk krap bemeten. Het staat vol met fietsen en trailers en dan ook nog koffers van mensen op reis. Tja, het is vakantietijd. Fietsers zijn over het algemeen mensen die zich gemakkelijk schikken. Iedereen is behulpzaam, de sfeer is goed.  Maar omdat het zo vol is, blijven we in de buurt van onze fietsen. Staan dus in het fietsen verblijf met af en toe een uitstapje naar de 2e klasse coupé. 

Langs de niet echt spectaculaire Rur fietsen we naar het centrum van Düren om daar in het toeristenbureau nog wat informatie in te zamelen voor fietsroutes in M.Duitsland. Buiten de eigen Kreis Düren heeft men echter geen informatie en heeft de mevrouw ook geen idee! Dan maar naar het door ons geboekte hotel buiten het centrum van Düren. We hebben al 80 km gefietst. Eenmaal aangekomen bij de hartelijke eigenaar besluiten we ons even op te knappen en lekker ergens te gaan eten. Maar, alle restaurants in de directe omgeving, waarmee het hotel zichzelf op internet profileerde, zijn wegens vakantie gesloten. Hij beveelt ons een restaurant aan een meer aan, een ½ uur wandelen. En we wandelen. Weer geen bijster mooie natuurwandeling. Dan blijkt het restaurant die dag om 17.00 uur zijn deuren te hebben gesloten. Enigszins gedesillusioneerd wandelen we terug. Het is inmiddels 20.45 uur. Gelukkig is de supermarkt tot 21.00 uur open. De beker cappuccino mogen we vergeten, want de koffiemachine wordt al schoongemaakt. De salades zijn ver op. Wat resteert nemen wij mee met een paar broodjes. Ons luxe diner.

Verwachtingsvol vraagt de hoteleigenaar de volgende dag naar onze ervaringen met het door hem aanbevolen restaurant. Hij voelt zich schuldig als hij ons verhaal hoort en adviseert ons wat extra te ontbijten. De verse broodjes zijn lekker! 

Met nieuwe energie fietsen we naar Bonn, waar we voor twee nachten een hotel hebben geboekt. Het blijkt een leuk klein hotel, in het midden van het centrum. De eigenaren hebben op de bovenverdieping van een winkel mooie kamers en een heel fijn terras gecreëerd. Natuurlijk bezoeken we het kunstmuseum, waar een tentoonstelling van August Macke (1887-1914) blijkt te zijn. Prachtig werk, vrolijk en licht. Onvoorstelbaar, wat een productiviteit in zo'n kort leven (gesneuveld in de eerste weken van WO I, es lebe der Kaiser!). 
We zijn enthousiast over zijn werk en besluiten ook  nog het August Macke museum, gevestigd in zijn voormalig woonhuis, te bezoeken. Ik kende August Macke al van mijn cursus kunstgeschiedenis, maar werd nu verrast door de schoonheid van zijn werk. 

Het campingleven is aan de beurt. Wat schrikken we als we in de buurt van de camping bij Ahrweiler komen. Het lijkt wel een busstation. Grote witte bussen, de campers, staan hutje mutje op elkaar. Nauwelijks ruimte voor een tafeltje en tuinstoelen. Gelukkig zijn er aparte tentveldjes waar het leven de gemoedelijkheid heeft die we in onze herinnering hebben opgeslagen. Een vader met zijn zoontje van een jaar of 9, ook op fietsreis, beiden in een witte trui. Als ze vertrekken bevestigt de jongen zijn Ortliebtassen aan zijn fiets, hapt in een banaan en stapt op dezelfde manier als zijn papa op zijn fiets. En de vader met zijn dochter, ook al op de fiets. De dochter heeft 6 flessen gevuld met water, voor onderweg. En het gezinnetje met 4 kinderen op de fiets. De jongste nog maar net 2!

We fietsen langs de Lahn. Mooie vakwerkhuizen, kastelen op de rotsen, het romantische Duitsland. Een broodje op een bankje langs de rivier. We arriveren op een verlaten camping zonder faciliteiten. De eigenaar reserveert een pension voor ons. In een mooi vakwerkhuis laten we ons een biertje op het balkon goed smaken. De campings in deze regio zijn dun gezaaid. Daarom boeken we, vaker dan we tevoren gepland hadden, hotels. Wel comfortabel. 's Morgens in het donker de tent uitkruipen om naar het toilet te gaan is niet mijn favoriete begin van de dag. 'Moet ik dit nog wel willen' hoor ik Frans soms verzuchten. Maar in Kassel gaan we toch weer kamperen. En we vinden het weer leuk. Een Nederlandse jonge vrouw in een tent naast ons vraagt of we thuis een groot huis hebben. Als we bevestigend antwoorden zegt ze: 'dat dacht ik wel, anders begin je hier toch niet aan?'
Die Neue Galerie in Kassel heeft een mooie collectie moderne kunst. 

We fietsen verder langs de Eder en de Fulda en bereiken uiteindelijk de Weser. Dat moet de kers op de taart van onze fietsreis zijn. Ronald, een vriend van ons, was hier lyrisch over en heeft Frans zo beïnvloed, dat wij nu ook langs de Weser fietsen. Na de mooie Lahn valt de Weser ons wat tegen. 
Op de camping aan de rivier krijgen we de mooiste plaats toegewezen. Pal aan het water met een tuintafel en banken. We eten op het terras van het veerhuis. We worden verrast met een 'Schlachtbuffet', een buffet met allemaal vlees. Niet best in de vegatijd, maar wel lekker (en veel). 

Hierna volgt een zware dag. Stormwind tégen. De tour- en sportextra's van mijn e-motortje helpen wel, maar het blijft zwaar. Ons hotel ligt bovenop een heuvel en Frans zijn accu haalt het niet, effepuffen dus. Het dorp heeft een leuk Italiaans restaurant. Duitsland lijkt voor Italianen te zijn wat Nederland ooit voor Chinezen was. Ieder dorp heeft een Italiaan (vaak geen Italianen, maar Koerden, wordt ons verteld, maar Italiaanse pizza verkoopt goed!).

De volgende dag een camping, heel ruim opgezet. De eerste schrik van al die grote bussen was niet helemaal terecht.  Het is lang niet overal zo. 
De weg naar Münster is zwaar. Koud, een kaal landschap en een harde wind. Maar de tentoonstelling van Sean Scully is prachtig. 

Eenmaal in Winterswijk, weer op Nederlandse bodem, besluiten we naar het station te fietsen. Ons oorspronkelijke idee: nog naar Arnhem en daar op de trein, vervalt door de regen en wind die de buienradar ons voorspelt. Het campingleven zit niet zo meer in onze vezels. Ons eigen bed slaapt weldadig en een fietsreisje met hotels is aangenaam.


dinsdag 28 mei 2019

Onmetelijke wijsheid

Onze kleindochters, Geertje, de oudste van 6 en Doortje, de jongste van nu bijna 3, logeren een paar dagen bij ons, opa en oma. Geertje is erg geïnteresseerd in het leven op aarde. Reptielen, krokodillen, dinosaurussen, vogels, bomen. 'Vertellen opa', zegt ze dan. Onlangs vraagt Geertje aan haar kleine zusje: 'Door, geloof jij in God, of geloof jij dat twee planeten gingen trouwen en dat er toen een oerknal was?'
Doortje: 'Ja'.
Geertje: 'Zie je wel, Doortje en ik geloven in God.'

woensdag 17 april 2019

Totalitarisme.

Lezing voor Probus Vivace op 17 april 2019

Waarom kies ik voor dit onderwerp? Het heeft voor mij met de dreiging te maken die uitgaat van het populisme, van mannen als Trump, Poetin, Erdogan, en heel dichtbij Wilders en Baudet, van ons buigen voor het kapitalisme, het bagatelliseren van de opwarming van de aarde, de marktwerking in de zorg en het onderwijs, de discussie over het Marakeshpact.

Hannah Arendt had een vooruitziende blik. Ze waarschuwde al in de 50'er jaren dat we niet opnieuw in de valkuil van het totalitarisme moeten trappen. Ik heb me voorbereid op deze lezing door een tweedaagse bij HOVO over Arendt en totalitarisme en door het lezen van de volgende literatuur: Politiek denker Hannah Arendt van Dirk de Schutter en Remi Peeters, zij maken het gedachtegoed van Arendt toegankelijker, want het is moeilijke materie. Melancholie van de onrust van Joke Hermsen, Homo Deus van Harari, De eeuwige bron van Ayn Rand, de Socrateslezing van Paul Scheffer, Groter denken kleiner doen van Tjeenk Willink.
Ik wil proberen datgene wat ik in de literatuur heb opgepikt en wat raakvlakken heeft met het gedachtegoed van Arendt te verwerken in deze lezing.

Wat is totalitarisme eigenlijk? Bij totalitarisme wordt de heersende ideologie gepropageerd als de enig mogelijke weg naar een betere toekomst. Het is een systeem waarbij de staat bijna volledige controle heeft op alle terreinen van het leven van mensen. Ik kom hierop nog terug.

Eerst iets over Hannah Arendt
Ze werd geboren op 14 oktober 1906 in Hannover en ze overleed op 4 december 1975 in New York.
Ze is een belangrijk politiek filosoof. Vooral bekend om haar analyse van totalitaire samenlevingen en om haar verslag van het Eichmann-proces. Ze was Joods en vluchtte in 1933 uit Duitsland naar Parijs, later naar Amerika. Daar maakt ze in 1951 faam met haar studie naar de wortels van het totalitarisme. Ze betoogt dat Nazisme en Stalinisme, twee aartsvijanden, twee loten aan dezelfde stam zijn.
Arendt waarschuwt voor een maatschappij waarin consumeren en produceren een doel op zich worden en het publieke domein steeds meer uit ons bestaan verdwijnt. Knoop dit maar goed in jullie oren, want dit komt nog vaak terug!

Beroemd is Arendt vanwege het verslag van het Eichmann-proces in 1961 en haar typering 'banaliteit van het kwaad'. Volgens Arendt was Eichmann, die verantwoordelijk was voor het transport van Joden naar concentratiekampen, een bureaucraat die volgzaam zijn taken zonder nadenken uitvoerde. Ze concludeert dat het kwaad eerder banaal is dan monsterlijk.

Ze overlijdt in 1975 aan een hartaanval in haar woonplaats New York.

Opmerkelijk is dat ze als studente een affaire heeft met Heidegger die gecharmeerd is van Hitler en later zelfs lid wordt van de NSDAP. Arendt vlucht voor het nazisme. Ze groeien uit elkaar, maar zoeken later toch weer contact. Vreemd, voor iemand die zo principieel was?

Wat is totalitarisme in de ogen van Hannah Arendt?
Democratie is gestoeld op verschillend mogen zijn. Totalitaire regimes willen dit verschillend zijn juist uitbannen. Pluraliteit, verschillen in denken, moet via geweld, propaganda en het zaaien van angst worden ingeruild voor gelijksoortigheid. Arendt geeft weer hoe communisme en nazisme feitelijk tot hetzelfde leiden. Beiden zijn mechanismen die tot totalitarisme leiden.

Volgens Arendt heeft de Verlichting invloed gehad op het totalitarisme. De Verlichting staat voor rationeel wetenschappelijk denken. Rationaliteit drukt zich uit in handel en industrie We gaan instrumenteel denken. Instrumenteel denken is gericht op efficiency. Economie staat voorop. Morele waarden worden dunner ten opzichte van instrumenteel denken. De mens heeft behoefte aan moraliteit, aan waarden en normen, maar door de secularisatie is moraliteit uit beeld geraakt. Hitler deed een beroep op het instrumenteel denken: wij zullen zorgen voor werk, eten enz. Het nazisme gaf goede leefomstandigheden, maar was gespeend van humanistische waarden en normen. De elite nam op zich de massa te verheffen, maar er ontstaan barsten doordat wat goed is voor het volk omkeert in 'wat goed is voor de partij'. Dit zien we natuurlijk ook terug in het communisme.

Arendt hecht erg aan feiten. Vrijheid van meningsuiting, het vormen van een mening, moeten gebaseerd zijn op feiten.

Vrijheid betekent voor Arendt de mogelijkheid te handelen, deel te nemen aan het publieke leven, mede vorm te geven aan de samenleving. Arendt geeft aan dat de mens de mogelijkheid in zich heeft altijd een nieuw begin te maken. De mens kan steeds opnieuw worden geboren. De eerste geboorte is de fysieke geboorte, die plaatsvindt binnen de schoot van het gezin. Zodra we leren praten, leren we ons onderscheiden van anderen. We worden opnieuw geboren, nu in de wereld, als talige en handelende wezens. In het thuisdomein handelt het vooral om de vervulling van levensbehoeften. In het openbare domein zijn we onderworpen aan juridische, culturele en politieke wetten en heerst, als het goed is, vrijheid ten opzichte van de natuurwetten, los dus van geslacht, etniciteit, fysieke mogelijkheden, los van alles wát we zijn. Daar kunnen mensen iets nieuws beginnen dat niet noodzakelijkerwijs door de noodzaak van de natuurwetten wordt bepaald, min of meer onafhankelijk van primaire levensbehoeften. De eerste geboorte toont vooral wát we zijn, ons geslacht, religie, etniciteit. De tweede geboorte toont wie we zijn, een telkens veranderende interpretatie van onze identiteit, die wordt bepaald door persoonlijke ontwikkeling en door veranderingen in de wereld. Dit duurt een leven lang. We blijven wezens in wording.

In haar boek over de wortels van het totalitarisme (1951) geeft ze criteria voor totalitaire regimes. Hoe ze ontstaan, hoe ze evolueren van een pre-totalitaire beweging naar een totale heerschappij, hoe ze functioneren en gestructureerd zijn.
Totalitaire regimes brengen een samenleving tot stand die op verlatenheid gegrondvest is. Niemand is meer veilig. Er is geen onderling vertrouwen meer, zelfs niet onder vrienden en binnen gezinnen.
Ik wil nu proberen de criteria die Arendt noemt voor totalitaire regimes te vertalen naar de huidige tijd.

  1. Overbodigheid.In, met name de westerse samenleving, is het materiële denken overheersend. Denken in rationele termen maakt van mensen een wat. Ons geslacht, onze religie, afkomst, etniciteit zijn bepalend. We ontlenen nut aan het economisch systeem. Als je niet meer nuttig bent, ben je overbodig. Vluchtelingen worden nutteloos gemaakt, ze mogen niet werken, we laten hen opvangen in kampen. We hebben geen plaats voor hen. 
Een andere vorm van overbodigheid: Door toenemende robotisering kunnen nieuwe vormen van werkloosheid ontstaan. Niet iedereen zal meer nodig zijn voor een betere toekomst. Totalitaire systemen stelden zich voorheen al de vraag: waar moeten we met overbodigen heen?

  1. Verlies van individualiteit. Raciale, etnografische en religieuze kenmerken worden belangrijk deel van de identiteit van de Nederlander, de Europeaan, de Westerling. Het Wie maakt steeds meer plaats voor het Wat. Baudet zegt letterlijk dat hij een zuiver 'blank' Europa wil.

  1. Instrumenteel denken verdringt het betekenis verlenende denken. Kosten en baten verdringen de menselijke maat. Zijn de grenzen van het marktdenken niet bereikt?Bijvoorbeeld het effectiviteitsdenken in het onderwijs is voor een deel van kinderen goed, maar zorgt ook voor slachtoffers.
De bureaucratie in de gezondheidszorg is ook een voorbeeld van instrumenteel en financieel denken, in het nut. 'We redden banken en laten ziekenhuizen failliet gaan' zei Paul Scheffer in een column in NRC. Pijn, schoonheid, geluk, ze geven betekenis, maar zijn niet kwantificeerbaar, want zijn individueel bepaald en worden verdrongen door cijfermateriaal. (je pijn uit moeten drukken in een cijfer wat je in ziekenhuizen ziet).

Onze consumptiemaatschappij lijkt een ideologie, met het gevaar dat onze werkelijkheid in een keurslijf wordt geperst. Het hoogste levensdoel is consumeren. We ontlenen status aan consumptie-artikelen. We vergeten dat het middelen zijn voor het goede leven, maar ze zijn doel geworden. Je werk is verheven tot hoogst menselijke activiteit. De consumptiemaatschappij weet geen zorg te dragen voor de wereld, omdat het leidt tot uitputting van bronnen. Bedrijvigheid staat niet in dienst van een duurzame wereld, maar in functie van groei. De waarschuwing van Arendt voor een maatschappij waarin consumeren en produceren een doel op zich worden en het publieke domein steeds meer uit ons bestaan verdwijnt, lijkt inmiddels tot werkelijkheid te zijn geworden.
Bewustwording van de gevaren voor ons milieu, de wereld, kan een eerste aanzet zijn om als mens weer meer te worden dan consument, maar kunnen we nog wel stoppen? Ik probeer met deze lezing in elk geval een steentje bij te dragen!

  1. Wantrouwen en het geloof in complotten.De vrije pers is het eerste dat wordt aangevallen door totalitaire leiders. Kijk maar naar Trump en zijn aanval op de pers. Baudet beweerde dat de Europese Unie een cultuurmarxistisch project is dat de vernietiging van de Europese beschaving tot doel heeft. En dan te weten dat de Europese Unie vrede in Europa beoogt! In de NRC werd de bewering van Baudet complotonzin genoemd.

  1. Propaganda, ideologie en openlijke leugens. Baudet viel de afspraken over vluchtelingen in Marakesh plotseling aan met het beeld, dat de Afrikanen in massa's naar Nederland zouden komen door dit verdrag. 'We worden kapotgemaakt door mensen die ons zouden moeten beschermen, ondermijnd door universiteiten, journalisten, kunstenaars en bestuurders'. Als dat geen waanbeeld is..
In onze samenleving zien we dat er bij bepaalde groepen wantrouwen is tegen wetenschappelijke feiten. Verzet tegen vaccinatie bijvoorbeeld.
We zien Rutte en zijn zogenaamd niet-bestaande lijntje met Unilever over afschaffing van de dividendbelasting. Trump met zijn Amerika eerst, zijn leugens, onvoorspelbaarheid. Nepnieuws. Elke dag vertelt Trump acht nieuwe leugens volgens de Amerikaanse krant de Washington Post. Vanaf zijn aantreden 5000 leugens! (september 2018).
In Rusland zien we Poetin, in Turkije Erdogan, die in iedereen een Gülenaanhanger ziet.

  1. Machtscentralisatie en afschaffing trias politica
De machtige, zogenaamde BRIC-landen, Brazilië, Rusland, India en China, 4 grootmachten, zijn in handen van autoritaire en nationalistische leidersfiguren. (Poetin, Modi van India, XI Jiping van China en Bolsonaro van Brazilië). Zij schenden mensenrechten en verwerpen kritiek van andere landen. In China is president Xi Jiping voor het leven benoemd. Hij heeft de absolute macht over het leger naar zich toegehaald en is in die zin nu absoluut heerser geworden. Trump beïnvloedt ook de rechtspraak
In Nederland is de scheiding van de machten beter gewaarborgd, maar ook hier staat deze onder druk. In toenemende mate vinden er uitzonderingen plaats op het gebruik dat de wetgever zich niet met uitspraken van de rechterlijke macht mag bemoeien. Er is soms weinig respect voor de rechterlijke macht (neprechters) en Dijkhoff gooide een ballonnetje op met de opmerking dat er in achterstandswijken zwaarder gestraft zou moeten worden bij overtredingen zonder te vermelden dat dit indruist tegen onze Grondwet, die je niet zomaar verandert.
  1. Indoctrinatie en terreur
In China zit een miljoen Oeigoeren in strafkampen en ondergaan een gedwongen heropvoeding. Het betreft moslims, zoals in Myanmar de verdreven Rohinya.
In Turkije heeft de reactie op de staatsgreep ertoe geleid dat internationaal jacht wordt gemaakt op mogelijk betrokken mensen met een Turks paspoort. Dénk maakt Turks- Nederlandse parlementariërs verdacht als ze niet Turks-nationalistisch denken.

  1. Objectieve vijanden aanwijzen en zuiveringen. In Turkije worden grote groepen mensen die op een of andere manier een gevaar voor Erdogan vormen, successievelijk uit het maatschappelijk verkeer verwijderd en in gevangenissen opgesloten. In Myanmar is een islamitische minderheid door de boeddhistische meerderheid zo goed als totaal weggezuiverd. De achtervolgingen van ISIS en Taliban waren gericht op niet-islamieten.

  1. Streven naar wereldheerschappij.China is druk bezig zijn machtsterritorium uit te breiden. Zij claimen rechten in Taiwan en Hong Kong en de Zuid-Chinese Zee (tot voor de kust van Vietnam en de Filippijnen). De uitbreiding van de Zijderoute tot in Europa. China spioneert via digitale communicatienetwerken. Erdogan is van mening dat het Ottomaanse rijk in ere moet worden hersteld.
  1. Waarheidsproductie.In onze samenleving wordt de onderzoeksjournalistiek afgebroken. Mensen weten op een gegeven moment niet meer wat waar is. Ons hele technologische bestel staat in het teken van de kreet 'alles is mogelijk'. De grenzen van het maakbare verschuiven steeds: de maakbaarheid van het leven, van het lichaam, het eigen zelf, de samenleving, de natuur, de geschiedenis. Er heerst een soort almachtswaan ten opzichte van de feitelijke geschiedenis. Feiten worden gemaakt. Nazi's en bolsjewieken waren meesters in leugenachtigheid. Trump kan er ook wat van. Bekende feiten worden ontkend als ze het gewenste imago zouden kunnen schaden. De pers moet de mond worden gesnoerd. De 'moderne' leugen vervangt de bestaande werkelijkheid door een schijnbeeld en heeft de bedoeling iedereen te bedriegen. Ook zogenaamde democratische regimes hebben het soms moeilijk met de feitelijke waarheid: Nederland en Indonesië, Turkije en de Armeense genocide, Amerika en Vietnam en Irak. 

De Democratie in gevaar
Het is duidelijk: Een democratie kan onderuit gaan door leugens, tolerantie of zelfs aanmoediging van geweld ondermijnt democratie. Baudet die media en onderwijs wil zuiveren van linkse activisten. (de oprichting van een meldpunt, een kliksysteem vgl. de Stasi en de Gestapo!)

Er is een groep mensen die zich overbodig voelt, die onzeker wordt. Gevoelens van onveiligheid kunnen zich tegen de democratie keren. Vrijheid kan in diskrediet raken. Globalisering en liberalisering roepen tegenbewegingen op, zoals terugkeer naar de identiteit van het eigene. Mensen willen dat de grenzen dichtgaan, dat mensenrechten wijken voor nationalistische burgerrechten. Een samenleving moet zich realiseren dat mensen angstig kunnen zijn. Populistische partijen voeden die angst vaak. Die partijen komen in veel Europese landen voor en weten elkaar te vinden. Gevoelens van overbodigheid, niet nuttig zijn, zijn gevaarlijk. Zij kunnen leiden tot radicaal en raciaal denken.

Arendt uit herhaaldelijk haar vrees voor de blijvende aantrekkelijkheid van een totalitair regime. Het kan een snelle oplossing bieden voor overbevolking, voor economisch overbodigen, voor sociaal ontwortelde massa's. Bepaalde praktijken die tot onze wereld zijn gaan behoren dragen stempels van het totalitaire.

Vraagtekens bij ons huidige marktdenken, waar Arendt ook voor waarschuwde
Joke Hermsen (1961) is filosoof, auteur van diverse romans en essaybundels. Zij verwijst in haar 'Melancholie van de onrust' naar Arendt. Ze zegt: we hebben in het westen nog nooit zoveel welvaart gekend en toch heerst er onrust, ontevredenheid, volgens haar gemotiveerd door angst. Die angst gaat vaak over mogelijke verliezen, groeiende economische onzekerheden, de dreiging van een klimaatcrisis, migratie, terroristische aanslagen, onbestemde gevoelens van vervreemding en ontworteling. De keerzijde van deze angstmedaille is vaak haat. Vreemdelingenhaat en angst!

Hermsen wijst ook op de gevaren van ons kapitalistisch systeem. In de kapitalistische samenleving wordt het individu zelf verantwoordelijk geacht voor zijn welzijn en geluk. Andere waarden zoals betrokkenheid, solidariteit, gemeenschapszin, brokkelen af omdat ze irrelevant zijn voor de markt. Een constante jacht op welvaart en succes leidt tot uitputting van het ik. Daarmee bedoelt ze een morele leegte, eenzaamheid en vervreemding.

Ras, religie of sekse worden bepalend voor de identiteit. We verworden tot een wat zou Arend zeggen. Dit leidt tot conflicten, raciaal en etnisch en tot vervolging van minderheden. Een democratische samenleving moet volgens Hermsen door middel van goed onderwijs en een bloeiende politieke en kunstzinnige cultuur iedereen de kans geven mens te zijn, als individu en als lid van een gemeenschap. Gebeurt dit te weinig dan blijft alleen identiteit over als houvast. Alleen het Wat! Mensen sluiten anderen buiten of ervaren anderen als bedreigend.
Een democratische samenleving leeft bij de gratie van deelname van alle groepen van een bevolking aan debatten van waardebepaling, toekomstvisie, morele normering. Conflicterende meningen zijn onontbeerlijk voor het democratisch gehalte van een samenleving. Dit vereist de bereidheid naar elkaar te luisteren. Ik dacht aan de Zwarte Pieten-escalatie: mensen kwamen tegenover elkaar te staan en onze beleidsmakers durven daar niet echt uitspraken over te doen. Hermsen zegt dat iedere verdoezeling van tegenstellingen door 'op patriottische wijze' de rijen te sluiten antidemocratisch is.

Als mensen niet mee kunnen doen keren ze zich af. In Nederland zien we lager opgeleiden en mensen met een niet-westerse achtergrond nauwelijks gerepresenteerd in politiek, in besturen. Ze keren de politiek de rug toe, koesteren wrok. In plaats van de onrust te bezweren appelleren sommige politici aan die gevoelens van frustratie door angst en tweespalt te zaaien.
Mens worden en de samenleving menselijk houden betekent streven naar een wereld die dank zij goed onderwijs, bloeiende politieke debatten en een rijke veelzijdige cultuur gestalte kan krijgen. We moeten ons weer leren verwonderen bepleit Joke Hermsen. Mens in wording te zijn zoals Arendt zegt.

Tjeenk Willink
Tjeenk Willink zet eveneens vraagtekens bij ons marktdenken. Hij was voorzitter van de Eerste Kamer en vicepresident van de Raad van State. Hij spreekt in zijn oproep 'Groter denken kleiner doen' zijn zorg uit over onze democratische rechtsorde. In 1983 zijn sociale grondrechten met algemene instemming in onze grondwet opgenomen. Als kernverantwoordelijkheid voor de overheid zijn o.a. genoemd: werkgelegenheid en medezeggenschap, bestaanszekerheid en spreiding van welvaart, bescherming van het leefmilieu, volksgezondheid, voldoende woongelegenheid, onderwijs en ontplooiing. Maar de politieke aandacht voor deze verantwoordelijkheden lijkt er niet meer te zijn. Ook hij constateert dat het denken in winst en verlies en concurrentie onze democratie bedreigt.

Concurreren en consumeren gaan moeilijk samen met samenwerking en solidariteit. In een vertegenwoordigende democratie als de onze is open debat belangrijk, maar door de afspraken in het regeerakkoord staat de uitkomst meestal al vast.

Onafhankelijke journalistiek zou opnieuw gewaardeerd moeten worden. Die kun je niet aan de markt overlaten, maar dat gebeurt wel. Oplagen, advertenties, inkomsten, kijkcijfers en luisterdichtheid spelen een grote rol.

Universiteiten zijn ondernemingen geworden op een markt van onderwijs en onderzoek. Studierichtingen en onderzoek waarnaar onvoldoende economische vraag is worden afgebouwd. Onlangs nog de studie Nederlands op de VU. In de zorg is de afhankelijkheid van beleidsbepalers en financiers zwaarder gaan wegen dan professionaliteit en maatwerk.

De markt heeft een groot deel van de publieke ruimte ingenomen. Publieke diensten zijn geprivatiseerd. De burger wordt geconfronteerd met een overheid die er niet meer voor zorgt dat de sterkste schouders de zwaarste lasten kunnen dragen, die beschikt over een deskundig ambtelijk apparaat. Een overheid die de ruimtelijke ontwikkelingen in de hand heeft. Die zorgt voor een evenwichtige verdeling van inkomens, maar ook van vermogens en aan dat laatste schort het steeds meer.

De kiezersmarkt is beweeglijk, waardoor politici zich gedwongen voelen zich als politieke ondernemers op te stellen. U vraagt, wij draaien. Ze zeggen niet meer waar ze voor staan, maar praten de kiezer naar de mond. We moeten deze ongemakkelijke feiten onder ogen durven zien. Positie durven kiezen. Het debat aangaan. Onze democratie niet nog meer in de waagschaal stellen. Dat is de oproep van Tjeenk Willink. Dat debat aangaan gebeurt nauwelijks. Baudet kan het hebben over 'de ondergang van het avondland, het verval van de westerse beschaving' en een pleidooi houden voor raszuiverheid zonder dat dit hard weersproken wordt.

Yuval Harari
Ook Harari waarschuwt in zijn boek Homo Deus. Harari doceert geschiedenis aan de Universiteit van Jeruzalem. Zijn kleine geschiedenis van de mensheid, Sapiens, is een groot succes. In Homo Deus noemt Harari Arendt niet, maar hij lijkt zich wel op haar gedachtegoed te baseren. Harari zegt: God is dood. De mens beheerst de aarde. Maar wat gebeurt er als de mens zelf maakbaar wordt? Als homo sapiens verandert in homo deus?

Harari ziet in ons economisch systeem gevaar. Een economie die gebaseerd is op eeuwige groei heeft eindeloos nieuwe projecten nodig, zoals de zoektocht naar onsterfelijkheid en geluk, de maakbaarheid van de mens. Het moderne leven is gebaseerd op het rotsvaste vertrouwen dat economische groei essentieel is. Zowel hindoes, moslims, Japanse nationalisten en Chinese communisten, en de westerse samenleving niet te vergeten, zetten in op economische groei, de nieuwe religie. Het credo: de jacht naar meer spullen spoort individuen, bedrijven, regeringen aan tot het veronachtzamen van alles wat economische groei kan remmen. Sociale gelijkheid bolt achteruit, ons ecologisch systeem gaat naar de knoppen. Het kapitalisme heeft veel goeds gebracht, maar groei kan niet eeuwig doorgaan als de grondstoffen opraken en milieuschade dodelijk is.

Onze wereld wordt gedomineerd door het liberalisme. Consumeren en produceren zijn een doel geworden. We hebben niet veel gedaan met de waarschuwing van Arendt.

Harari belicht een ander aspect waar Arendt, Hermsen en Tjeenk Willink het niet over hebben, namelijk de invloed van de biowetenschappen.
Het idee dat mensen een vrije wil hebben strookt niet met de laatste bevindingen van de biowetenschappen. Wetenschappers ontdekten dat mensen geen vrije wil hebben, maar genen, hormonen, neuronen, die gehoorzamen aan fysieke en chemische wetten die onze realiteit beheersen. 'Wij zijn ons brein' zei Dick Swaab in 2010 al. We zijn het resultaat van allerlei processen in ons brein. Dat betekent dat mensen gemanipuleerd kunnen worden. Dat het mogelijk is complexe gevoelens als liefde, woede, angst en depressie te creëren of teniet te doen door de juiste plekken in de menselijke hersenen te stimuleren.

Overbodigheid van de mens, het eerste criterium voor totalitarisme van Arendt
Oorlogvoering hoeft niet meer door mensen te gebeuren. Een cyberoorlog kan binnen enkele seconden electriciteitsnetten platleggen, de luchtverkeersleiding in de war sturen, talloze ongelukken veroorzaken in kerncentrales en chemische fabrieken, om maar wat te noemen.

Mensen dreigen ook hun economische waarde te verliezen. Robotisering verdrijft mensen van de arbeidsmarkt, algoritmen, receptuur om problemen stap voor stap op te lossen door ordening van data, analyse daarvan en voorspellingen op basis van die data, kunnen mensen gaan vervangen. Rijkdom, macht wordt dan geconcentreerd in handen van een kleine elite die de almachtige algoritmen bezit.

Het is een somber vooruitzicht dat Harari ons voorschotelt. Hij zegt steeds nadrukkelijk, dat het mogelijkheden zijn, geen voorspellingen.
Hij schetst drie nauw verbonden processen:
  1. De wetenschap koerst op een allesomvattend dogma af, dat zegt dat organismen algoritmen zijn en dat het leven dataverwerking is.
  2. Intelligentie wordt van de mens weggenomen. (De mensheid staat steeds meer macht af aan externe algoritmen.) 
  3. Niet-bewuste, maar hyperintelligente algoritmen zullen ons spoedig misschien wel beter kennen dan we onszelf kennen. 
Deze processen roepen volgens Harari drie grote vragen op waar we ons mee bezig zouden moeten houden:
  1. Zijn organismen echt alleen maar algoritmen en is het leven echt alleen maar dataverwerking?
  2. Wat is waardevoller: intelligentie of bewustzijn?
  3. Wat gebeurt er met de maatschappij, de politiek en het dagelijks leven als niet-bewuste, maar hyperintelligente algoritmen ons beter kennen dan we onszelf kennen?
Harari noemt een kritische analyse van het dataïstische dogma de grootste wetenschappelijke uitdaging maar ook het meest urgente politieke en economische project van de 21e eeuw. Misschien brengt ons dat nieuwe inzichten. Misschien zien we wat over het hoofd als we het leven beschouwen als dataverwerking en besluitvorming. Misschien is er wel iets in het universum dat niet gereduceerd kan worden tot data? En stel dat superieure, niet-bewuste algoritmen de bewuste vormen van intelligentie overtreffen, zou er dan iets verloren gaan? Zo ja, wat dan? Ik heb het antwoord niet.

Ik was blij Robbert Dijkgraaf te horen, die in zijn colleges voor de Universiteit van DWDD de technische ontwikkelingen nuanceert. Het gaat allemaal niet zo snel. Bovendien kan het ook nog eens een positieve wending hebben, bijvoorbeeld op de klimaatcrisis.

Samenvatting
We zien in onze huidige tijd totalitaire tendensen. Overal in de wereld zien we nationalistische ontwikkelingen, terwijl humaniteit boven soevereiniteit zou moeten gaan. Europa kent nog steeds open binnengrenzen, maar die worden bedreigd. De Brexit bijvoorbeeld en de roep om een Nexit. Paul Scheffer zegt: We besteden onze buitengrenzen uit aan autoritaire regimes. (Turkije, Libië, Marokko).
We hebben gezien dat het marktdenken een gevaar vormt voor de democratie. Geld bepaalt het handelen van de politiek en daarmee komt solidariteit en zorgzaamheid op het tweede plan.

Maar er kan nog een nieuwe vorm van totalitarisme ontstaan waardoor de mens overbodig wordt. Een nieuwe elite die de almachtige algoritmen bezit. Ik bedoel de Googles en de Amazons.

Al die constateringen: van Arendt, van Hermsen, van Tjeenk Willink en Harari benauwen me soms. Ik heb jullie deelgenoot willen maken van mijn onrust: de huidige ontwikkelingen met hun totalitaire tendensen, het populisme, het marktdenken, de cyberwereld die we niet meer volgen. Gelukkig zijn er mensen die gevaren zien, vooral van ons economisch systeem, het nuttigheidsdenken, het almaar moeten groeien en een toenemende groep die daarbuiten valt, de overbodigen. En er zijn mensen zijn die verandering willen. Misschien wordt het tijd een nieuw begin te maken?









woensdag 6 februari 2019

Warmte

Het is maandagochtend. Ik ben op weg naar Rietje. Samen zullen we een rondje gaan joggen. Het is koud, maar de zon schijnt. Mijn dikke zwarte hardloopbroek lijkt de zonnestralen aan te zuigen. Mijn benen gloeien. 'Voel jij ook al die warmte?' vraag ik, blij met deze eerste sporen van het voorjaar.
We vertellen elkaar over onze weekends. Rietje met haar drie pubers met allemaal hun eigen sporten, hun schoolonderzoeken, hun perikelen met vriendjes en vriendinnen. En dan ook nog haar drukke baan bij het ziekenhuis, de vele en onregelmatige diensten. Toch kan alles altijd bij haar. 
'Ik vind het bewonderenswaardig Rietje, wat jij in één dag stopt en daar dan ook nog zó blijmoedig onder blijft'. 

Op mijn beurt vertel ik over het skypegesprek met onze kleindochters. Ze maken me zó gelukkig die meisjes. 'Jammer dat ze zo ver weg wonen en dat even bij opa en oma langsgaan er niet in zit.'
Het geeft me een warm gevoel zo samen te lopen.

zondag 21 januari 2018

Een hersenschim


Beste lezer,
afgelopen periode volgde ik op de Schrijversacademie de specialisatie 'Biografisch Schrijven'. Ik schreef een kleine biografie, waarover later meer informatie volgt.
Hieronder weer een stukje 'Vrij werk'.


Een hersenschim

Een zonnige zondag in november 2017.

Ik doe mijn ogen open. Dit is niet gewoon wakker worden. Ik kijk voorzichtig op. Alles is vreemd, wazig, ver. Ik lig op een weg. Hoe kom ik hier terecht? In de verte hoor ik de stem van Frans.' Bij me blijven meisje, niet weggaan, hoor je me?' Hij klinkt panisch. 'Je ogen waren helemaal leeg. Je zag me niet. Je rochelde. Ik dacht echt dat je dood zou gaan' vertelt hij later.
Hij raakt me zachtjes aan. Geleidelijk aan kom ik terug.

We maakten een fietstochtje. Het was zo'n mooie herfstdag. Er hing nog veel blad aan de bomen en we fietsten door een gouden decor. We dronken koffie in Meerseldreef en op weg naar ons favoriete Markfietspad opent een geparkeerde automobilist zijn portier terwijl wij hem passeren. Hij vloert ons allebei. Frans staat meteen weer op, ik word minuten later langzaam wakker op het wegdek.

Er komt een ambulance uit Hoogstraten. Ze binden me vast op een plank. Een brace om mijn nek, armen en benen strak in de riemen. Ik laat het gelaten over me heen komen. Ik ben misselijk. Als ik dreig over te geven kiepen ze de hele plank met mij erop op zijn kant en houden me een bakje voor waar ik in kan spugen. Ze brengen ons naar het St. Jozefziekenhuis in Malle. Frans probeert de verpleegkundigen te bewegen ons naar het Amphia in Breda te brengen, maar dat is tegen de regels. We zijn in België.

Bij de Dienst Spoedgevallen gaan ze voortvarend te werk. Er worden scans van mijn hoofd gemaakt, een foto van mijn borst en een EEG. Er blijken bloedingen tussen mijn schedel en de hersenen te zitten. Een verpleegster praat zachtjes tegen me. 'Je been is behoorlijk geschaafd. Daar doe ik een pleister op. Je hebt een gevoelig huidje denk ik'. Ik bevestig dit, maar haar woorden dringen niet echt tot me door. Ik laat met me doen. Ze brengen me naar de Intensieve Zorg. Frans is steeds in mijn buurt.

Op de Intensieve Zorg lig ik alleen op een kamer. Mijn bed tussen twee grote apparaten. Twee monitoren houden mijn bloeddruk in de gaten, controleren mijn ademhaling en hartslag door middel van draden en slangetjes die verbonden zijn met mijn lichaam. Het apparaat aan de andere kant geeft me, via een infuus, een wateroplossing met zout en paracetamol tegen de hoofdpijn. Ik krijg lange witte kousen aan om trombose te voorkomen. Als ik moet plassen moet ik een verpleegster roepen. Zij helpt me op de po. Ik ben steeds half in slaap geloof ik. Ik herinner het me allemaal niet. Frans belt een taxi naar huis. Bezorgd neemt hij afscheid van me. Ik vind het allemaal best.

De andere dag brengt Frans mijn I-pad en I-phone mee. Na een nacht volkomen van de wereld kom ik weer een beetje in contact met 'buiten'. Mensen bellen me en ik krijg bemoedigende apps.
Buiten regent het en in het ziekenhuis hangt een landerige sfeer. Ik doe mijn ogen maar weer toe.

Na nog een nacht verhuis ik naar de afdeling neurologie. Onder begeleiding mag ik zelfs uit bed. Zelf naar de WC. Mét de infuuspaal als steun. Ik verlang naar huis, maar de neuroloog wil mijn gegevens nog eens goed bestuderen.
Op donderdag mag ik naar huis. Mijn hoofdpijn is weg.

In de spiegel zie ik een bont en blauw gezicht. Ik moet rustig aan doen is de boodschap. Ik ben moe, wil vroeg naar bed. Ik kan niet goed inhoud geven aan mijn dagen. Ze vallen me zwaar en ik voel me down.
Weken later, begin januari ga ik naar een neuroloog in ons eigen ziekenhuis. Een controlescan wijst uit dat er geen schim meer over is van de bloedingen. Ik kan het normale leven weer in.

Misschien is het zondag weer zonnig.


woensdag 30 november 2016

Opdracht: Schrijf een kort verhaal. Maximaal 1200 woorden. Het hoofdpersonage moet voor een dilemma komen te staan. Gedachten, beschrijvingen en gebeurtenissen wisselen elkaar af. Er moet emotie in zitten.


Het is 12 november. Stralend loopt Sandra temidden van al die duizenden andere lopers, over de Verrazana Bridge van Staten Island naar Brooklyn. Ze loopt de marathon van New York en kan het nauwelijks geloven. Zij, die absoluut niet sportief is, geen balgevoel heeft, niet durft te schaatsen, angstig is bij langlaufen. Maar op haar veertigste heeft ze ontdekt dat ze wél lange afstanden kan lopen. Bij verschillende halve marathons stond ze zelfs op het podium. Tweede vrouw in haar leeftijdscategorie. Dit voorjaar heeft ze een proefmarathon gelopen in Rotterdam. Haar eerste en dat nog wel in drie uur en veertig minuten. Een geweldige tijd. Euforisch was ze. De hele week dacht ze dat iedereen aan haar kon zien wat een fantastische prestatie ze had geleverd. Toen was het in haar gaan borrelen. Zou het niet geweldig zijn op haar vijftigste de marathon in New York te lopen? Binnen de drie en een half uur liefst. 'New York, New York'. Vier keer in de week heeft ze getraind, een strak schema volgend met haar atletiekclubje. Snel na haar werk loopkleren aan en op pad. Het beheerste haar leven. Ze is verpleegkundige. Mensen helpen is haar ideaal. Haar werk met onregelmatige diensten en soms lastige patiënten is zwaar. Met de trainingen loopt ze haar moeheid er lekker uit. Ze denkt in afstanden en tijden en als ze een training heeft gemist moet ze die van zichzelf inhalen. Mark, haar echtgenoot, baalt en verzucht dat ze verslaafd is, maar dat maakt haar niets uit. Ze voelt zich goed.

De afgelopen dagen waren één groot feest. De vliegreis, de startbewijzen ophalen. Wat voelde ze zich klein tussen de majestueuze wolkenkrabbers. Het Empire State Building, de elegante Chrysler Tower, Time Square. Ze deden een verkenningsloopje in Central Park en zojuist de start op Staten Island. Het was koud en nerveus dribbelde iedereen heen en weer. Ze ging rustig van start. Dat is haar op het hart gedrukt. Door de grote massa kon dat ook niet anders. Geleidelijk komt er meer ruimte en het gaat goed. Sandra kijkt gelukzalig om zich heen. Een waterig zonnetje verwarmt een beetje. Het publiek roept en klapt, voor háár. De muziek draagt haar. Ze zweeft. Ze kijkt op haar Garmin. Ze zit op schema. Ze gaat het halen, 42 kilometer en 195 meter, binnen de 3 uur en 30 minuten. Ze loopt de Pulaski Bridge over. Een cadans van bewegende voeten op de brug, de kleurige, golvende mensenzee vóór haar. Op de Queensboro Bridge passeert ze het 25 km punt. Manhattan is in zicht.

En dan gebeurt het. Enkele meters vóór haar valt een man. Vreemd, geen enkel obstakel. Sommige lopers steken hem een hand toe, anderen rennen gewoon door. Sandra aarzelt. Haar verpleegkundig oog zegt dat dit niet zó maar struikelen is. Moet ze stoppen? Zijn er geen EHBO'ers in de buurt? Het gonst in haar hoofd. Ze wil dóór. Haar streeftijd kan ze wel op haar buik schrijven als ze nu stopt. Maar haar verantwoordelijkheidsgevoel wint en ze knielt bij de man neer. Ze schudt voorzichtig aan zijn schouders. 'You're alright?' vraagt ze, maar hij reageert niet. Hij is bewusteloos. Ze legt hem op zijn rug. Het zou wel eens een Nederlander kunnen zijn met zijn oranje shirtje, schiet het door haar heen. Geroutineerd legt ze haar oor bij zijn neus en mond. Zijn doorkomende baardstoppels prikken, zwarte puntjes ontsieren zijn neusvleugels. Ze neemt geen ademhaling waar. Ze gaat met haar schouders boven de man hangen, strekt haar armen en plaatst haar handen op zijn borstkas, drukt het borstbeen in. Ze telt 30 keer, kantelt zijn hoofd naar achteren, knijpt zijn neus dicht en past de mond-op-mondbeademing toe. Opnieuw drukt ze zijn borstbeen in.
Er staan mensen om haar heen. Er wordt geroepen om 911 en al gauw hoort ze de sirene van een ambulance. Twee stevige verpleegkundigen nemen de man van haar over. Daar staat ze nu. Ze beeft.

Aarzelend begeeft Sandra zich maar weer tussen de horde lopers. In een roes loopt ze over Fifth Avenue en door Central Park. Haar benen zijn niet meer van haar. Ze komt niet vooruit. Het publiek juicht en roept 'You can do it', maar ze hoort het niet. Haar hoofd is leeg als ze de finish bereikt. Drie uur en 50 minuten. Tranen springen in haar ogen. Haar tanden klapperen, haar lichaam trilt. Dit is niet zomaar ontlading. Ze ziet weer die man in dat oranje shirtje die daar plotseling lag. Ze krijgt een plastic laken om zich heen, een medaille om haar hals. Vrienden komen op haar toe en omhelzen haar. Ze barst in huilen uit. Met horten en stoten, snikkend, probeert ze te vertellen wat haar is overkomen. Heeft ze er wel goed aan gedaan te reanimeren? Wie weet hoe hij hier uitkomt, of hij er uitkomt. Ze weet niet eens hoe hij heet. Misschien staat zijn vrouw hier wel ergens op hem te wachten.

Haar vrienden nemen haar mee naar het hotel. Ze hebben champagne, maar zij heeft niets te vieren. Ze kan die man niet loslaten. Ze ruikt hem nog, ze proeft hem weer. Heimelijk is ze teleurgesteld over haar eindtijd. Haar atletiekclubje wil uit eten, wil naar de Fun-after-the-Run-Party, maar zij zou het liefst in bed kruipen. Ze belt Mark. Hij hoort haar kalm aan. 'Ik heb zó getwijfeld Mark. Ik kon het voor mijn gevoel niet laten om te kijken of ik wat kon doen, maar ik heb toch niet zo hard getraind om in New York de verpleegster te zijn? Die eindtijd verdomme, 20 minuten verloren. Ik zou trouwens wel willen weten hoe het nu met die man is.' 'Ik vind het heel goed wat je hebt gedaan Sandra. Je zou nu zéker met een geweldig schuldgevoel rondlopen als je dit niet had gedaan. En je hebt hem ook nog uitgelopen, fantastisch toch meisje,' troost hij. 'Bel morgen naar de organisatie, dan hoor je hoe het is gegaan met die man'. Het maakt haar rustiger. Ze gaat toch maar mee om wat te eten. Ze drinkt een wijntje. Feesten wil ze niet. Alleen gaat ze terug naar het hotel waar ze als een blok in slaap valt.

De volgende ochtend neemt ze contact op met de organisatie. Maar ze geven geen persoonlijke gegevens prijs. Privacy. 'Dat kan toch niet' roept ze verontwaardigd uit. 'Ik heb iemand gereanimeerd, heb de wedstrijd onderbroken, en nu vertellen jullie niet eens hoe het met die man is.'
Ze raden haar aan de politie te benaderen. Daar hoort ze dat de man al in de ambulance is overleden. Hartstilstand. Ze krijgt zijn naam en woonplaats. Inderdaad, een Nederlander.

Eenmaal thuis moet ze maar steeds weer vertellen over die man die daar plotseling lag. Ze zou zijn vrouw willen bellen, maar ze durft niet. Ze voelt zich schuldig. Misschien had ze toch anders moeten handelen. Haar collega's kunnen haar niet geruststellen. Ze droomt over hem die inmiddels een naam heeft. Haar atletiekclubje mijdt ze. Ze praten alleen maar opgewonden over hun ervaringen in New York. Ze kan soms zómaar in huilen uitbarsten. Na een week vindt Mark het welletjes. 'Bel zijn vrouw en sluit het af' zegt hij geïrriteerd.

De vrouw klinkt bijna blij als ze hoort wie zij is. 'Ik vind het fijn dat je belt. Ik heb gehoord dat een vrouw heeft geprobeerd Tjeu te reanimeren, maar niemand wist wie. Jij bent de laatste die hem in leven heeft gezien. Hij had een hartstilstand.' Haar stem breekt. Voor Sandra is het goed zo.