Het is maandagochtend. Ik ben op weg naar Rietje. Samen zullen we een rondje gaan joggen. Het is koud, maar de zon schijnt. Mijn dikke zwarte hardloopbroek lijkt de zonnestralen aan te zuigen. Mijn benen gloeien. 'Voel jij ook al die warmte?' vraag ik, blij met deze eerste sporen van het voorjaar.
We vertellen elkaar over onze weekends. Rietje met haar drie pubers met allemaal hun eigen sporten, hun schoolonderzoeken, hun perikelen met vriendjes en vriendinnen. En dan ook nog haar drukke baan bij het ziekenhuis, de vele en onregelmatige diensten. Toch kan alles altijd bij haar.
'Ik vind het bewonderenswaardig Rietje, wat jij in één dag stopt en daar dan ook nog zó blijmoedig onder blijft'.
Op mijn beurt vertel ik over het skypegesprek met onze kleindochters. Ze maken me zó gelukkig die meisjes. 'Jammer dat ze zo ver weg wonen en dat even bij opa en oma langsgaan er niet in zit.'
Het geeft me een warm gevoel zo samen te lopen.