Om te genieten van
de herfst hoef ik niet ver te gaan. Onze tuin is al een lusthof. De
bodem is bedekt met een goudgeel tapijt. Er hangen nog bladeren aan
de bomen. Ze kleuren oker, rood en er schemert wat groen doorheen.
Indian Summer in Nederland.
De boomklever,
meesjes en roodborstjes vliegen af en aan en strijken neer op de
pindakaaspot vol verantwoord vogelvoer.
De paarse
viooltjes bloeien nog. Het uitzicht op de majestueuze acacia van de
buren is niet te evenaren. Het is een monument. Zijn stam oogt als
twee verstrengelde lichamen. De takken reiken als lange armen naar de
hemel en het bladerdek fungeert als een grote parasol.
Een kwartier
wandelen en daar ligt het Markdal. In de ochtend is de spits van de
kerktoren van het Ginneken verborgen in de mist.
Een waterige zon
doorlicht de nevel boven de weilanden en de Mark. Slierten grijs
maken plaats voor glinsterende dauw op het gras. Spinnen weven hun
zilveren web in het struikgewas.
De Vrijlandtbrug
staat gebogen boven de meanderende Mark en kijkt op de ronddobberende
witte zwanen. Een eenzame blauwe reiger pikt onverstoorbaar een visje
op.
Eenmaal in het
Mastbosch aangekomen snuif ik de kruidige geur op van het halfvergane
blad.
Herfst!
