Over deze site

De teksten onder "Schrijfsels" zijn uitgewerkte opdrachten die ik schreef in het kader van mijn opleiding aan de schrijversacademie (zie "Over mij"). Nu vul ik het blog zo nu en dan aan met wat ik 'eigen werk' noem. Omdat ik ervan wil leren ben ik blij met elk commentaar.


zondag 21 januari 2018

Een hersenschim


Beste lezer,
afgelopen periode volgde ik op de Schrijversacademie de specialisatie 'Biografisch Schrijven'. Ik schreef een kleine biografie, waarover later meer informatie volgt.
Hieronder weer een stukje 'Vrij werk'.


Een hersenschim

Een zonnige zondag in november 2017.

Ik doe mijn ogen open. Dit is niet gewoon wakker worden. Ik kijk voorzichtig op. Alles is vreemd, wazig, ver. Ik lig op een weg. Hoe kom ik hier terecht? In de verte hoor ik de stem van Frans.' Bij me blijven meisje, niet weggaan, hoor je me?' Hij klinkt panisch. 'Je ogen waren helemaal leeg. Je zag me niet. Je rochelde. Ik dacht echt dat je dood zou gaan' vertelt hij later.
Hij raakt me zachtjes aan. Geleidelijk aan kom ik terug.

We maakten een fietstochtje. Het was zo'n mooie herfstdag. Er hing nog veel blad aan de bomen en we fietsten door een gouden decor. We dronken koffie in Meerseldreef en op weg naar ons favoriete Markfietspad opent een geparkeerde automobilist zijn portier terwijl wij hem passeren. Hij vloert ons allebei. Frans staat meteen weer op, ik word minuten later langzaam wakker op het wegdek.

Er komt een ambulance uit Hoogstraten. Ze binden me vast op een plank. Een brace om mijn nek, armen en benen strak in de riemen. Ik laat het gelaten over me heen komen. Ik ben misselijk. Als ik dreig over te geven kiepen ze de hele plank met mij erop op zijn kant en houden me een bakje voor waar ik in kan spugen. Ze brengen ons naar het St. Jozefziekenhuis in Malle. Frans probeert de verpleegkundigen te bewegen ons naar het Amphia in Breda te brengen, maar dat is tegen de regels. We zijn in België.

Bij de Dienst Spoedgevallen gaan ze voortvarend te werk. Er worden scans van mijn hoofd gemaakt, een foto van mijn borst en een EEG. Er blijken bloedingen tussen mijn schedel en de hersenen te zitten. Een verpleegster praat zachtjes tegen me. 'Je been is behoorlijk geschaafd. Daar doe ik een pleister op. Je hebt een gevoelig huidje denk ik'. Ik bevestig dit, maar haar woorden dringen niet echt tot me door. Ik laat met me doen. Ze brengen me naar de Intensieve Zorg. Frans is steeds in mijn buurt.

Op de Intensieve Zorg lig ik alleen op een kamer. Mijn bed tussen twee grote apparaten. Twee monitoren houden mijn bloeddruk in de gaten, controleren mijn ademhaling en hartslag door middel van draden en slangetjes die verbonden zijn met mijn lichaam. Het apparaat aan de andere kant geeft me, via een infuus, een wateroplossing met zout en paracetamol tegen de hoofdpijn. Ik krijg lange witte kousen aan om trombose te voorkomen. Als ik moet plassen moet ik een verpleegster roepen. Zij helpt me op de po. Ik ben steeds half in slaap geloof ik. Ik herinner het me allemaal niet. Frans belt een taxi naar huis. Bezorgd neemt hij afscheid van me. Ik vind het allemaal best.

De andere dag brengt Frans mijn I-pad en I-phone mee. Na een nacht volkomen van de wereld kom ik weer een beetje in contact met 'buiten'. Mensen bellen me en ik krijg bemoedigende apps.
Buiten regent het en in het ziekenhuis hangt een landerige sfeer. Ik doe mijn ogen maar weer toe.

Na nog een nacht verhuis ik naar de afdeling neurologie. Onder begeleiding mag ik zelfs uit bed. Zelf naar de WC. Mét de infuuspaal als steun. Ik verlang naar huis, maar de neuroloog wil mijn gegevens nog eens goed bestuderen.
Op donderdag mag ik naar huis. Mijn hoofdpijn is weg.

In de spiegel zie ik een bont en blauw gezicht. Ik moet rustig aan doen is de boodschap. Ik ben moe, wil vroeg naar bed. Ik kan niet goed inhoud geven aan mijn dagen. Ze vallen me zwaar en ik voel me down.
Weken later, begin januari ga ik naar een neuroloog in ons eigen ziekenhuis. Een controlescan wijst uit dat er geen schim meer over is van de bloedingen. Ik kan het normale leven weer in.

Misschien is het zondag weer zonnig.


woensdag 30 november 2016

Opdracht: Schrijf een kort verhaal. Maximaal 1200 woorden. Het hoofdpersonage moet voor een dilemma komen te staan. Gedachten, beschrijvingen en gebeurtenissen wisselen elkaar af. Er moet emotie in zitten.


Het is 12 november. Stralend loopt Sandra temidden van al die duizenden andere lopers, over de Verrazana Bridge van Staten Island naar Brooklyn. Ze loopt de marathon van New York en kan het nauwelijks geloven. Zij, die absoluut niet sportief is, geen balgevoel heeft, niet durft te schaatsen, angstig is bij langlaufen. Maar op haar veertigste heeft ze ontdekt dat ze wél lange afstanden kan lopen. Bij verschillende halve marathons stond ze zelfs op het podium. Tweede vrouw in haar leeftijdscategorie. Dit voorjaar heeft ze een proefmarathon gelopen in Rotterdam. Haar eerste en dat nog wel in drie uur en veertig minuten. Een geweldige tijd. Euforisch was ze. De hele week dacht ze dat iedereen aan haar kon zien wat een fantastische prestatie ze had geleverd. Toen was het in haar gaan borrelen. Zou het niet geweldig zijn op haar vijftigste de marathon in New York te lopen? Binnen de drie en een half uur liefst. 'New York, New York'. Vier keer in de week heeft ze getraind, een strak schema volgend met haar atletiekclubje. Snel na haar werk loopkleren aan en op pad. Het beheerste haar leven. Ze is verpleegkundige. Mensen helpen is haar ideaal. Haar werk met onregelmatige diensten en soms lastige patiënten is zwaar. Met de trainingen loopt ze haar moeheid er lekker uit. Ze denkt in afstanden en tijden en als ze een training heeft gemist moet ze die van zichzelf inhalen. Mark, haar echtgenoot, baalt en verzucht dat ze verslaafd is, maar dat maakt haar niets uit. Ze voelt zich goed.

De afgelopen dagen waren één groot feest. De vliegreis, de startbewijzen ophalen. Wat voelde ze zich klein tussen de majestueuze wolkenkrabbers. Het Empire State Building, de elegante Chrysler Tower, Time Square. Ze deden een verkenningsloopje in Central Park en zojuist de start op Staten Island. Het was koud en nerveus dribbelde iedereen heen en weer. Ze ging rustig van start. Dat is haar op het hart gedrukt. Door de grote massa kon dat ook niet anders. Geleidelijk komt er meer ruimte en het gaat goed. Sandra kijkt gelukzalig om zich heen. Een waterig zonnetje verwarmt een beetje. Het publiek roept en klapt, voor háár. De muziek draagt haar. Ze zweeft. Ze kijkt op haar Garmin. Ze zit op schema. Ze gaat het halen, 42 kilometer en 195 meter, binnen de 3 uur en 30 minuten. Ze loopt de Pulaski Bridge over. Een cadans van bewegende voeten op de brug, de kleurige, golvende mensenzee vóór haar. Op de Queensboro Bridge passeert ze het 25 km punt. Manhattan is in zicht.

En dan gebeurt het. Enkele meters vóór haar valt een man. Vreemd, geen enkel obstakel. Sommige lopers steken hem een hand toe, anderen rennen gewoon door. Sandra aarzelt. Haar verpleegkundig oog zegt dat dit niet zó maar struikelen is. Moet ze stoppen? Zijn er geen EHBO'ers in de buurt? Het gonst in haar hoofd. Ze wil dóór. Haar streeftijd kan ze wel op haar buik schrijven als ze nu stopt. Maar haar verantwoordelijkheidsgevoel wint en ze knielt bij de man neer. Ze schudt voorzichtig aan zijn schouders. 'You're alright?' vraagt ze, maar hij reageert niet. Hij is bewusteloos. Ze legt hem op zijn rug. Het zou wel eens een Nederlander kunnen zijn met zijn oranje shirtje, schiet het door haar heen. Geroutineerd legt ze haar oor bij zijn neus en mond. Zijn doorkomende baardstoppels prikken, zwarte puntjes ontsieren zijn neusvleugels. Ze neemt geen ademhaling waar. Ze gaat met haar schouders boven de man hangen, strekt haar armen en plaatst haar handen op zijn borstkas, drukt het borstbeen in. Ze telt 30 keer, kantelt zijn hoofd naar achteren, knijpt zijn neus dicht en past de mond-op-mondbeademing toe. Opnieuw drukt ze zijn borstbeen in.
Er staan mensen om haar heen. Er wordt geroepen om 911 en al gauw hoort ze de sirene van een ambulance. Twee stevige verpleegkundigen nemen de man van haar over. Daar staat ze nu. Ze beeft.

Aarzelend begeeft Sandra zich maar weer tussen de horde lopers. In een roes loopt ze over Fifth Avenue en door Central Park. Haar benen zijn niet meer van haar. Ze komt niet vooruit. Het publiek juicht en roept 'You can do it', maar ze hoort het niet. Haar hoofd is leeg als ze de finish bereikt. Drie uur en 50 minuten. Tranen springen in haar ogen. Haar tanden klapperen, haar lichaam trilt. Dit is niet zomaar ontlading. Ze ziet weer die man in dat oranje shirtje die daar plotseling lag. Ze krijgt een plastic laken om zich heen, een medaille om haar hals. Vrienden komen op haar toe en omhelzen haar. Ze barst in huilen uit. Met horten en stoten, snikkend, probeert ze te vertellen wat haar is overkomen. Heeft ze er wel goed aan gedaan te reanimeren? Wie weet hoe hij hier uitkomt, of hij er uitkomt. Ze weet niet eens hoe hij heet. Misschien staat zijn vrouw hier wel ergens op hem te wachten.

Haar vrienden nemen haar mee naar het hotel. Ze hebben champagne, maar zij heeft niets te vieren. Ze kan die man niet loslaten. Ze ruikt hem nog, ze proeft hem weer. Heimelijk is ze teleurgesteld over haar eindtijd. Haar atletiekclubje wil uit eten, wil naar de Fun-after-the-Run-Party, maar zij zou het liefst in bed kruipen. Ze belt Mark. Hij hoort haar kalm aan. 'Ik heb zó getwijfeld Mark. Ik kon het voor mijn gevoel niet laten om te kijken of ik wat kon doen, maar ik heb toch niet zo hard getraind om in New York de verpleegster te zijn? Die eindtijd verdomme, 20 minuten verloren. Ik zou trouwens wel willen weten hoe het nu met die man is.' 'Ik vind het heel goed wat je hebt gedaan Sandra. Je zou nu zéker met een geweldig schuldgevoel rondlopen als je dit niet had gedaan. En je hebt hem ook nog uitgelopen, fantastisch toch meisje,' troost hij. 'Bel morgen naar de organisatie, dan hoor je hoe het is gegaan met die man'. Het maakt haar rustiger. Ze gaat toch maar mee om wat te eten. Ze drinkt een wijntje. Feesten wil ze niet. Alleen gaat ze terug naar het hotel waar ze als een blok in slaap valt.

De volgende ochtend neemt ze contact op met de organisatie. Maar ze geven geen persoonlijke gegevens prijs. Privacy. 'Dat kan toch niet' roept ze verontwaardigd uit. 'Ik heb iemand gereanimeerd, heb de wedstrijd onderbroken, en nu vertellen jullie niet eens hoe het met die man is.'
Ze raden haar aan de politie te benaderen. Daar hoort ze dat de man al in de ambulance is overleden. Hartstilstand. Ze krijgt zijn naam en woonplaats. Inderdaad, een Nederlander.

Eenmaal thuis moet ze maar steeds weer vertellen over die man die daar plotseling lag. Ze zou zijn vrouw willen bellen, maar ze durft niet. Ze voelt zich schuldig. Misschien had ze toch anders moeten handelen. Haar collega's kunnen haar niet geruststellen. Ze droomt over hem die inmiddels een naam heeft. Haar atletiekclubje mijdt ze. Ze praten alleen maar opgewonden over hun ervaringen in New York. Ze kan soms zómaar in huilen uitbarsten. Na een week vindt Mark het welletjes. 'Bel zijn vrouw en sluit het af' zegt hij geïrriteerd.

De vrouw klinkt bijna blij als ze hoort wie zij is. 'Ik vind het fijn dat je belt. Ik heb gehoord dat een vrouw heeft geprobeerd Tjeu te reanimeren, maar niemand wist wie. Jij bent de laatste die hem in leven heeft gezien. Hij had een hartstilstand.' Haar stem breekt. Voor Sandra is het goed zo.








dinsdag 8 november 2016





Een 'elfje', tot stand gekomen tijdens een ochtendloopje langs de Mark.

Winterochtend
witte rijp
op treurende varens
bomen verwerpen hun kleur
wantenweer

vrijdag 21 oktober 2016

Vliegtuigcrew.





Opdracht: schrijf samen met een mede-student een aangeklede dialoog.

Na een lange vlucht met de nodige uitdagingen zit Judith in de personeelslounge op het vliegveld bij te komen. Het is gezellig druk. Misschien komt ze iemand tegen met wie ze een pilsje kan gaan drinken vóór ze haar bed in duikt.
Dirk ziet Judith alleen aan de bar zitten en hij ziet meteen een lekkere avond en een zwoele nacht voor zich. Het is nu of nooit denkt hij. Vol zelfvertrouwen stapt hij op haar af.

'Hé Judith, goede vlucht gehad?'
'Gaat wel hoor,' zegt ze kortaf.
'Is er iets vervelends gebeurd? Wil je erover praten?'
'Helemaal niet. Het was gewoon een lange vlucht.'

Judith draait haar rug naar hem toe en kijkt om zich heen. Hij is wel de laatste met wie ze een gezellig drankje wil doen. Eigenlijk wil ze hem gewoon nooit meer zien, maar ja, ze werken nu eenmaal bij hetzelfde bedrijf.
Dirk voelt wel haar afweer, maar geeft niet op.

'Gewoon? Maar waarom dan dat lange gezicht? Dat staat je niet zo goed als die prachtige glimlach van je.'
'Oh, nou, ik ben gewoon moe en wil naar huis.'
'Dat wordt dan lastig, even 2000 km overbruggen. Maar als je thuis mist kan ik je misschien wel helpen. Ik heb de president suite met een groot ligbad waar je lekker kunt liggen bubbelen.'
'Dirk, je weet dat ik niets meer met je wil, dus vergeet het maar.'
'Kom nou, zo erg was het toch niet. Je kunt niet ontkennen dat we lol hebben gehad en dat kunnen we nog steeds.'
'Nee, dat kunnen we niet wat mij betreft. Je hebt me diep gekwetst door het met mijn vriendin aan te leggen. Dat vergeef ik je niet. Ik ga er vandoor.' Ze pakt haar tas en staat op.
'Judith wacht nou even. Ik weet dat het niet netjes was, maar je weet hoe het is na die lange vluchten. En ik wist niet dat we exclusief waren. Vrijheid blijheid is het motto toch? Vergeef me en ik maak het goed met je.'
'Maar ik ging ervan uit dat je het echt met me meende. Dat vrijheid blijheid past niet bij mij. Laat me nu maar.'
'Ik wil het graag goedmaken met je, dus vertel me wat ik moet doen en ik doe het.'
'Ik ben eens weg.'

Judith staat op en beent de lounge uit.


zondag 9 oktober 2016

Stapelgedicht

Opdracht: Ga voor je boekenkast staan, neem er boeken uit die je zodanig op elkaar stapelt dat de titels op de ruggen samen een gedicht vormen.


woensdag 28 september 2016

Geheimen



Opdracht: Schrijf een fragment van maximaal 300 woorden waarin het personage dat eerder een onaangename ontdekking deed (een foto van haarzelf 20 jaar geleden) erover praat met iemand. Niet op een directe manier. Ze suggereert wat er is gebeurd zonder het direct te zeggen.

Annemiek zit met Mariëlle in haar keuken. Mariëlle, die zich graag opwerpt als haar vriendin, maar Annemiek vraagt zich soms af of ze wel echt een vriendin is. Ze kan lang niet alles met haar delen. Nadat haar relatie met Eric is stukgegaan heeft ze toch wel veel voor haar betekend, maar van haar andere leven weet Mariëlle niets.

Annemiek laat de 20 jaar oude foto van een superslanke zelf zien.

'Weet je Mariëlle, die foto, dat was het laatste weekend met Eric. Wat zie ik er gelukkig uit hé? En wat was ik mooi slank. Toen is hij bij me weggegaan. Nou ja, ik heb hem weggestuurd vanwege die ander, daar weet jij alles van. Weet je trouwens al dat ik aan het daten ben?'

'Nee, vertel op. Heb je al een ontmoeting gehad met iemand?'

'Nou het valt tegen hoor. Als ik denk iemand te hebben ontmoet die écht naar me kijkt, waar ik contact mee heb, laat hij het weer afweten'.

'Eigenlijk vind ik het ook heel onnatuurlijk om op die manier een relatie aan te knopen'.

'Nou ja, met uitgaan lukt het ook niet.'

'Misschien moet je eerst eens wat afvallen. Als ik je nu zie en ik zie die foto, nou, je hebt je wel wat laten gaan. Een diëtiste misschien?'

'Maar daar zit het hem niet in Mariëlle. Ik weet heus wel wat gezond eten is. Daar heb ik echt geen diëtiste voor nodig. Maar je moest eens weten wat er met me gebeurt als het weer eens is mislukt. Ik zit niet zó maar wat te kniezen hoor. Je moest eens weten wat ik dan ga doen.'

'Ik kan me er wel iets bij voorstellen hoor'.

'Ach, je denkt dat je me kent, maar je weet nog niet de hélft van me'.

'Oh, wat is dit nu weer. Wat mag ik niet van je weten? Ik dacht dat we vriendinnen waren?'

'Dat dacht ik ook, maar ik twijfel soms. Jij weet het allemaal zo goed. Jij hebt alles op orde'.

'Oh?'


Vroege ochtend



Nevels boven weilanden en rivier
De zon splijt ze in slierten
Wolkjes boven het water
Koeien ontdoen zich van hun mistige jas
Spinnen versieren de dauw op het gras
Herfsttooi